Nieuws

Franse minister weerlegt kritiek extreemrechts over 'Chinese invasie' en verdedigt protectionistisch beleid

In Frankrijk is de auto-industrie inzet geworden van een felle cultuurstrijd. Terwijl de minister van Industrie trots poseert in de Renault-fabriek in Douai, gooit extreemrechts de knuppel in het hoenderhok met een term die normaal voor heel andere discussies wordt gebruikt. Volgens de oppositie vindt er een "grand remplacement" (omvolking) plaats: Franse auto's worden vervangen door Chinese. Maar kloppen de cijfers wel?

Nick ter Arkel
Franse minister weerlegt kritiek extreemrechts over 'Chinese invasie' en verdedigt protectionistisch beleid

'Geen enkele Chinees in de top 20'

Minister Sébastien Martin is er klaar mee. Hij bezocht woensdag de fabriek waar de populaire elektrische Renault 5 wordt gebouwd, hét symbool van Franse trots. Zijn boodschap aan de critici is helder: jullie kletsen uit je nek.

Volgens cijfers die Le Monde publiceert, staat er namelijk geen enkel Chinees model in de top 5 van bestverkochte EV's in Frankrijk. Sterker nog: de eerste Chinees (de MG ZS II) vinden we pas terug op plek 35. De top wordt gedomineerd door de Renault 5, Peugeot 208 en Scenic. "Van een Chinese invasie is geen sprake," sneert de minister.

Het wapen: De Eco-score

Dat Frankrijk (nog) niet overspoeld is, is geen toeval. Het is het resultaat van keihard protectionisme. De Fransen hebben de 'eco-score' bedacht: je krijgt alleen subsidie als je auto 'schoon' is geproduceerd. Omdat Chinese fabrieken op kolenstroom draaien en het transport vervuilend is, vallen merken als BYD en MG buiten de boot.

Het contrast met de buren is pijnlijk. In Italië, waar premier Meloni subsidies uitdeelt zonder voorwaarden, staat de Chinese Leapmotor T03 op nummer 1 en BYD op 3. In het Verenigd Koninkrijk hebben de Chinezen al 10% van de totale markt in handen. Frankrijk lijkt het laatste bastion dat standhoudt tegen de Aziatische vloedgolf.

'Eigen volk eerst' voor auto-onderdelen

De minister wil nu doorpakken. Hij eist dat Europa de regels overneemt: 75 procent van de onderdelen moet lokaal (Europees) geproduceerd zijn om voor subsidies in aanmerking te komen. "De steun is er voor toeleveranciers in de vallei van de Arve, niet voor die buiten Europa," aldus Martin.

Het is een duidelijke boodschap aan Brussel, maar ook aan Renault zelf (dat veel in Turkije en Marokko bouwt). De strijd om de Europese auto-industrie wordt niet alleen in de showroom beslecht, maar vooral in de achterkamertjes van de politiek. En in Frankrijk zijn de messen geslepen.