De 'Industrial Accelerator Act': Redder of strop?
Eurocommissaris Stéphane Séjourné dacht een homerun te slaan. Hij vroeg meer dan 1.000 CEO's om een opiniestuk te ondertekenen waarin ze pleiten voor "Europese voorkeur". Simpel gezegd: als je Europees belastinggeld krijgt, moet je ook Europese spullen gebruiken.
Bedrijven als Michelin en Thyssenkrupp tekenden braaf. Maar de belangrijkste spelers – de autofabrikanten – gaven niet thuis. Volgens de Financial Times weigeren ze hun handtekening te zetten onder wat ze zien als een "blanco cheque". Ze zijn bang dat de regels onwerkbaar worden en hun wereldwijde productieketen verlammen.
70 procent lokaal? Succes ermee
Het plan dicteert dat voor strategische producten (zoals auto's en batterijen) een bepaald percentage van de onderdelen uit Europa moet komen. Er wordt gesproken over een drempel van 70 procent.
Voor een merk als BMW, dat afhankelijk is van chips uit Azië, batterijen uit China en staal uit de hele wereld, is dat een nachtmerrie. Topman Oliver Zipse waarschuwt dan ook dat Europa hiermee "achterop raakt in de wereldwijde innovatierace". Als je jezelf opsluit in een Europees fort, mis je de boot in de rest van de wereld.
Duitsland vs. Frankrijk (weer)
Het dossier legt ook de diepe verdeeldheid binnen Europa bloot. Frankrijk (Renault, Stellantis) is van oudsher fan van protectionisme en steunt het idee in principe wel, al hebben ze nog niet getekend omdat ze de details willen zien.
Duitsland en de noordelijke landen zijn sceptisch. Ze vrezen dat handelspartners als het Verenigd Koninkrijk en Japan worden buitengesloten, wat hun exportpositie schaadt. "Als je de Europese regio gaat opknippen, creëer je alleen maar een onconcurrerende industrie," aldus een insider bij een groot automerk.
Het resultaat? Het wetsvoorstel is al twee keer uitgesteld en niemand weet of het er ooit komt. Brussel wil de industrie redden, maar de industrie roept: "Red ons alsjeblieft niet op deze manier."