Opgesloten in een sardineblik
Voor nog geen 40 euro dacht Hadden een koopje te hebben. Ze belandde in een zespersoons coupé, knie-aan-knie met vijf wildvreemden. De stoelen konden weliswaar 'plat', maar net niet helemaal, waardoor je in een soort ongemakkelijke wokkel-houding ligt. Privacy? Nul. Je deelt elke ademteug en elke beweging met je buren.
Vergelijk dat eens met je auto. Je stoel staat precies goed, de temperatuur is perfect (geen ruzie over de airco) en je luistert je eigen podcast. Berlijn-Wenen is 680 kilometer. Op de Duitse Autobahn, waar je op grote stukken nog lekker door mag rijden, tik je dat in een uur of zeven weg. Hadden deed er 12 uur over. Twaalf uur waarin ze geen oog dichtdeed door het gestuiter van de trein en het gesnurk van medepassagiers.
Vechten om stroom en vieze wc's
In 2026 verwacht je dat elke stoel een oplaadpunt heeft. Vergeet het maar. Er waren precies twee stopcontacten voor zes mensen. Dat betekent: onderhandelen met wildvreemden wie zijn telefoon mag opladen. In je auto heb je USB-poorten te over.
En dan de hygiëne. De toiletten waren volgens Hadden "al een tijdje niet schoongemaakt". Tandenpoetsen in een deinende trein met de geur van verschaald bier om je heen is geen pretje. Langs de snelweg zijn de toiletten misschien niet altijd sterrenniveau, maar je hebt in ieder geval keus.
De rekening: Goedkoop is duurkoop
Natuurlijk, 40 euro is goedkoop. Met benzine, vignetten en afschrijving red je dat niet in je eentje. Maar de besparing verdampte direct bij aankomst. Hadden was zo kapot dat ze in Wenen meteen een duur hotel moest boeken om bij te slapen.
Als je met twee personen in een zuinige auto stapt, kom je qua kosten al snel in de buurt van twee 'luxe' treinkaartjes (want een bed kost honderden euro's). En dan heb je wel de vrijheid om te stoppen waar je wilt, je eigen koffers mee te nemen en uitgerust aan te komen. De nachttrein is leuk voor de romantiek, maar voor de budgetreiziger is het gewoon een rijdende nachtmerrie.