Het contrast kan haast niet groter zijn. John Watkins, een briljante ingenieur die sleutelde aan de Rolls-Royce Avon straalmotoren van de legendarische English Electric Lightning en de recordbrekende Thrust 2, reed privé in een Citroën BX.
En niet zomaar eentje. Het was een instapmodel met een 1.6-liter benzinemotor die met moeite de 170 kilometer per uur haalde. Ter vergelijking: de Thrust 2 knalde in oktober 1983 met ruim 1000 kilometer per uur door de geluidsbarrière in de woestijn van Nevada.
Watkins kocht de Citroën nieuw in datzelfde jaar, 1983. Het was een van de allereerste exemplaren in het Verenigd Koninkrijk en destijds een revolutionaire auto. Waar de concurrentie nog in hoekige dozen reed, kwam Citroën met een aerodynamische wigvorm en panelen van lichtgewicht kunststof.
De BX was zelfs zo modern dat er een Group B rallyversie van werd gemaakt, de monsterlijke 4TC. Maar het exemplaar van Watkins was verre van een rallymonster. Het plezier was bovendien van korte duur. Vijf jaar later, in 1988, verdween de auto in een garagebox.
Het plan was om wat kleine reparaties uit te voeren aan de remmen en de auto daarna door te geven aan zijn dochter Elaine als zij haar rijbewijs had gehaald. Dat gebeurde nooit. De auto bleef staan, terwijl het dak van de garage langzaam lek raakte en de natuur de overhand nam.
Een tijdcapsule vol roest en muizen
Jonny Smith van The Late Brake Show trok de garage open en vond een tijdcapsule. De BX heeft slechts 75.000 kilometer op de teller en staat nog op zijn originele Michelin TRX-banden. Binnenin is het een feest van herkenning voor liefhebbers van de jaren tachtig.
De unieke snelheidsmeter met de roterende trommel en de kenmerkende satellieten aan het stuur zijn in perfecte staat. Met deze satellieten worden de bedieningselementen bedoeld die als blokken aan weerszijden van het stuur zitten.
Hierdoor kon de bestuurder de lichten en ruitenwissers bedienen zonder zijn handen van het stuur te halen. Een ergonomisch hoogstandje in die tijd. Helaas hebben muizen het interieur ook ontdekt en gebruikt als openbaar toilet, wat de geur niet ten goede komt.
Ook de carrosserie heeft geleden. Door het lekkende dak is de achterkant van de auto aangetast door vocht. De hydraulische vering, het paradepaardje van Citroën, is volledig ingezakt. Het systeem werkt met bollen gevuld met stikstof en hydraulische vloeistof die gescheiden worden door een rubberen membraan.
Na jaren stilstand is de druk weg en ligt de auto op zijn buik. De remmen zitten muurvast en de motor heeft al 35 jaar niet gedraaid. Toch zien kenners potentie. Dit is een vroege Mark 1 BX, een uitvoering die inmiddels zeldzamer is dan menig Ferrari.
Bonus: een Triumph met een boom erin
In de tuin staat nog een verrassing. Een Triumph 2500 MK2 die sinds 1983 buiten staat. De auto is volledig overgenomen door de natuur; er groeit letterlijk een boom dwars door de bestuurdersstoel en het front is verdwenen in de aarde. Waar de Citroën nog te redden valt met heel veel liefde en laswerk, is de Triumph verworden tot een kunstwerk van vergane glorie.
De familie hoopt dat er een liefhebber is die de Citroën wil redden. Het zou een passend eerbetoon zijn aan de man die hielp om de snelste auto ter wereld te bouwen, maar zelf genoegen nam met Frans comfort en nooit de tijd vond om zijn eigen project af te maken.