Sinds gisteren is het tanken in het Verenigd Koninkrijk voorgoed veranderd. De overheid heeft het zogeheten Fuel Finder Scheme gelanceerd. Dit is geen vrijblijvend initiatief, maar een harde wet. Elk tankstation, van de grote snelwegpomp tot de kleine dorpsgarage, is verplicht om elke prijswijziging binnen dertig minuten door te geven aan een centrale database.
Het doel is simpel. De concurrentie aanwakkeren. Tot nu toe was de brandstofmarkt een black box. Pomphouders konden prijzen kunstmatig hoog houden omdat automobilisten toch niet wisten wat de buurman vroeg.
Nu is die informatie voor iedereen toegankelijk. De overheid stelt de data via een openbare API beschikbaar aan app-ontwikkelaars, navigatiesystemen en vergelijkingssites. Dit betekent dat je navigatie-app je straks niet alleen de snelste route geeft, maar ook precies vertelt bij welke pomp op je route de benzine het goedkoopst is.
Enorme prijsverschillen
Dat dit nodig is, blijkt wel uit de eerste cijfers. Een snelle blik op de data voor Londen laat een schokkend beeld zien. Binnen de stad variëren de prijzen van 1,03 pond tot 1,35 pond per liter.
Dat is omgerekend een verschil van bijna 40 eurocent tussen de goedkoopste en de duurste pomp. Op een tank van 50 liter scheelt dat 20 euro. Zonder transparantie rijdt de gemiddelde automobilist blind naar de dure pomp, terwijl een paar straten verderop een koopje staat te wachten.
Vijf pond per tank besparen
Volgens de Britse mededingingsautoriteit (CMA), die aan de wieg stond van dit plan, levert dit de consument direct geld op. Ze schatten dat een gemiddelde automobilist tot wel 4,50 pond (ruim 5 euro) per tankbeurt kan besparen.
Gezien de extreme verschillen die we nu al zien in Londen lijkt dat een zéér conservatieve schatting. Minister van Financiën Rachel Reeves claimt dat het de gemiddelde Britse familie 40 pond per jaar gaat schelen, maar voor wie een beetje oplet kan dat bedrag in de praktijk vele malen hoger uitvallen.
Het systeem werkt als een tuchtmiddel voor de pomphouders. Wie te duur is, ziet zijn klanten direct wegrijden naar de concurrent. De verwachting is dat dit leidt tot een neerwaartse prijsspiraal, precies waar de automobilist op zit te wachten. De data toont nu al aan dat supermarkten vaak goedkoper zijn dan de grote merken, maar dat het verschil per regio enorm kan zijn.
En Nederland dan?
In Nederland hebben we al apps die prijzen tonen, maar die zijn vaak afhankelijk van gebruikersinput of tankpas-data. Een wettelijke verplichting voor pomphouders om realtime hun prijzen te delen, bestaat hier niet.
De Autoriteit Consument & Markt (ACM) pleit al langer voor meer transparantie en adviseerde de Nederlandse overheid onlangs nog om een soortgelijk systeem te overwegen. Hoge brandstofprijzen zijn ook hier een heet hangijzer, en een beetje extra concurrentie zou de pijn aan de pomp kunnen verzachten.
Het Britse model laat zien dat het kan. Een open database, gevoed door de bedrijven zelf, die innovatie en concurrentie stimuleert. Als we in Nederland ook willen stoppen met te veel betalen langs de snelweg, is dit het perfecte voorbeeld om te volgen. Want laten we eerlijk zijn: niemand betaalt graag te veel voor een liter E10 als het een paar kilometer verderop goedkoper kan.