In de bestuurskamers van Wolfsburg en Hoofddorp moet de paniek inmiddels fysiek voelbaar zijn. Jarenlang beconcurreerden Volkswagen en Stellantis elkaar op het scherpst van de snede.
Ze vochten om dezelfde klanten in hetzelfde segment. Maar de tijden zijn veranderd. De vijand komt niet meer uit Duitsland of Frankrijk, maar uit het Oosten. En die vijand is sneller, goedkoper en meedogenlozer.
In een ongekende stap hebben Oliver Blume (VW) en Antonio Filosa (Stellantis) een gezamenlijke brandbrief gestuurd naar de Europese Commissie, gericht aan industriecommissaris Stéphane Séjourné. De boodschap is helder: help ons, of de Europese auto-industrie gaat eraan.
De CEO's waarschuwen voor een nieuwe era van geopolitieke competitie waarin handel als wapen wordt gebruikt. Vrij vertaald: China speelt vals en wij kunnen niet winnen als we ons aan de regels moeten houden.
Made in Europe als beschermwal
De kern van hun betoog is de implementatie van een harde Made in Europe-strategie. De autogiganten eisen dat Brussel financiële voordelen koppelt aan auto's die daadwerkelijk in Europa worden geproduceerd.
Ze kijken daarbij met een schuin oog naar Frankrijk, waar de aankoopsubsidie voor elektrische auto's al afhankelijk is gemaakt van de CO2-uitstoot tijdens de productie. Omdat Chinese fabrieken vaak op kolenstroom draaien en het transport vervuilend is, vallen merken als BYD en MG daar buiten de boot. Blume en Filosa willen dit model in heel Europa uitrollen.
Ze schermen met indrukwekkende cijfers om hun zaak kracht bij te zetten: de auto-industrie is goed voor acht procent van het Europese BBP en biedt werk aan 13 miljoen mensen. Negen van de tien auto's die VW en Stellantis hier verkopen, worden ook hier gebouwd. Dit in schril contrast met de nieuwkomers die profiteren van Chinese staatssteun, goedkope energie en lagere lonen, om vervolgens de markt hier te overspoelen.
De dreiging van miljardenboetes
Maar er zit een addertje onder het gras. De brief is niet alleen een roep om bescherming tegen China, het is ook een wanhopige poging om onder eigen afspraken uit te komen. De topmannen vragen namelijk en passant om verlichting bij de strenge klimaatdoelen.
Dit is cruciaal, want in 2025 worden de Europese emissienormen aangescherpt. Fabrikanten moeten de gemiddelde uitstoot van hun verkochte vloot drastisch verlagen. Lukt dat niet, dan volgen er monsterboetes die in de miljarden kunnen lopen.
Omdat de verkoop van elektrische auto's in Europa stagneert en de consument de hand op de knip houdt, dreigen VW en Stellantis deze doelen niet te halen. Ze zitten in een spagaat: ze moeten goedkope EV's verkopen om de boetes te ontlopen, maar ze kunnen die niet winstgevend produceren door de hoge kosten in Europa. De Chinezen kunnen dat wel.
Een zwaktebod of noodzaak?
De oproep is daarmee een zwaktebod verpakt als noodkreet. De Europese industrie heeft jarenlang op zijn handen gezeten terwijl China de hele keten voor batterijproductie naar zich toe trok. Nu ze wakker worden in een nachtmerrie, rennen ze naar de politiek om de spelregels te veranderen.
Dat twee aartsrivalen hiervoor de handen ineenslaan, zegt alles over de ernst van de situatie. De vraag is of Brussel bereid is om de markt te manipuleren om zijn eigen kampioenen te redden.
Voor de consument is het dubbel: protectionisme kan banen redden, maar zorgt er ook voor dat de prijzen in de showroom kunstmatig hoog blijven omdat de goedkope concurrentie wordt geweerd.