Wie regelmatig de E19 richting Antwerpen pakt of via Luik naar de Ardennen rijdt, kent het gevoel. Zodra je de grens passeert, verandert het strakke Nederlandse asfalt in een lappendeken van betonplaten en gaten. De staat van het Belgische wegennet is al jaren onderwerp van spot, maar de Vlaamse regering is het zat dat buitenlanders gratis gebruikmaken van hun infrastructuur.
De oplossing is een vignetplicht. Vanaf 1 januari 2027 moet iedere automobilist die over de Belgische snelwegen rijdt, de portemonnee trekken. En de bedragen zijn niet mals. Er wordt gesproken over een jaartarief van 100 tot 120 euro. Dat is een forse kostenpost voor iedereen die regelmatig de grens oversteekt voor werk, familiebezoek of een simpel dagje winkelen.
Kassa voor de doorreiziger
De impact is echter het grootst voor de vakantieganger. België heeft nu eenmaal het lot van het ultieme doorvoerland. Voor miljoenen Nederlanders, Duitsers en Scandinaviërs is het land slechts een noodzakelijk kwaad, een grijze strook asfalt van tweehonderd kilometer die overwonnen moet worden om bij het Franse stokbrood of de Spaanse costa te komen. Niemand stopt er, tenzij het is voor een plaspauze of een bakje friet.
Juist die groep, die louter door België heen raast, wordt nu het doelwit. De Belgen redeneren simpel: jullie rijden onze wegen kapot, dus jullie betalen mee aan de reparatie. Minister Ben Weyts van Financiën stelt dat 6,5 miljoen buitenlanders nu massaal over de wegen razen zonder een cent bij te dragen.
Gelukkig lijkt er wel oog te zijn voor de incidentele bezoeker. Minister Ben Weyts heeft beloofd dat er opties komen voor korte periodes, zoals een dag- of tiendagenvignet. Hoewel de exacte prijzen nog niet vaststaan, zal het naar verwachting al gauw tussen de 10 en 20 euro liggen voor een retourtje.
De Duitse valkuil
De plannen roepen niet alleen irritatie op, maar ook juridische vraagtekens. Het lijkt er namelijk sterk op dat België dezelfde fout gaat maken als Duitsland een paar jaar geleden. Onze oosterburen wilden ook een tolvignet invoeren, waarbij de eigen inwoners gecompenseerd zouden worden via de wegenbelasting. Dat werd door het Europese Hof genadeloos afgeschoten wegens discriminatie van buitenlanders.
Toch lijken de Vlamingen vastberaden. Niemand wil de eigen bevolking opzadelen met extra lasten, dus er wordt koortsachtig gezocht naar een juridische constructie om de Vlaming en Waal te ontzien, terwijl de Nederlander en Duitser wel de volle mep betalen. Oppositiepartijen in Vlaanderen waarschuwen al dat de regeling juridisch van beton moet zijn, anders fluit Brussel ze direct terug.
Politiek moddergooien
De haast waarmee het plan wordt ingevoerd, is opvallend. De opbrengsten van naar schatting 130 miljoen euro staan al ingeboekt in de Vlaamse begroting voor volgend jaar. Dat zet de verhoudingen op scherp. Demissionair minister Tieman probeert via diplomatieke weg de plannen nog van tafel te krijgen, maar in Brussel lijkt men doof voor de Nederlandse argumenten.
In de Tweede Kamer klinkt inmiddels de roep om vergelding. Als de Belgen ons laten betalen, moeten wij dat ook bij hen doen, is de gedachte bij sommige fracties. Een toloorlog aan de grens lijkt in de maak.
Voor de Nederlandse automobilist is de boodschap voorlopig helder: geniet nog even van de gratis doortocht, want de kassa gaat onherroepelijk rinkelen. Of de wegen er daadwerkelijk beter van worden, moet nog blijken. Voorlopig betaal je straks vooral voor het privilege om over dezelfde hobbels te mogen rijden, maar dan met een sticker op je voorruit.