Achtergrond

Canada verlaagt tarieven voor Chinese auto's: is dit de gevreesde sluiproute naar de Amerikaanse markt?

Canada heeft de grens opengegooid voor Chinese elektrische auto's in ruil voor een betere exportpositie van koolzaad. In Detroit heerst paniek over een mogelijke sluiproute naar de Amerikaanse markt. Maar is die vrees wel terecht? Het antwoord ligt in de kleine lettertjes van het handelsverdrag.

Jesper Penninga
Verenigde Staten
Chinese auto-industrie
China
Canada
Importheffingen
Canada verlaagt tarieven voor Chinese auto's: is dit de gevreesde sluiproute naar de Amerikaanse markt?

Het lijkt een diplomatieke meesterzet van de Canadese premier. Om de boze boeren in het westen van zijn land tevreden te stellen, heeft hij een deal gesloten met China. De Chinezen verlagen de tarieven op Canadees koolzaad, en in ruil daarvoor zakt de Canadese importheffing op Chinese EV's van 100 procent naar een zeer schappelijke 6,1 procent. Voor de Amerikaanse auto-industrie voelt dit als verraad.

General Motors en Ford hebben miljarden geïnvesteerd in een markt die door de overheid wordt beschermd tegen goedkope Chinese concurrentie. Nu lijkt de achterdeur open te staan.

Toch is de realiteit weerbarstiger. Wie denkt dat merken als BYD of Geely nu simpelweg hun auto's in Vancouver kunnen lossen om ze vervolgens belastingvrij de grens over te rijden naar de Verenigde Staten, komt bedrogen uit. De Amerikaanse markt is juridisch hermetisch afgegrendeld.

Het ijzeren gordijn van USMCA

De bescherming ligt vast in het USMCA-verdrag, de opvolger van NAFTA. Dit handelsakkoord tussen de VS, Canada en Mexico bevat strenge regels over de oorsprong van goederen.

Om een auto zonder importheffing van Canada naar de VS te exporteren, moet deze voldoen aan de zogeheten Rules of Origin. Concreet betekent dit dat 75 procent van de waarde van de auto, inclusief arbeid en grondstoffen als staal en aluminium, uit Noord-Amerika moet komen.

Een Chinese auto die in Canada wordt geïmporteerd, voldoet bij lange na niet aan die eis. Voor de Amerikaanse douane blijft zo'n voertuig simpelweg een product van Chinese oorsprong, ongeacht of het via een Canadese haven binnenkomt. De Amerikaanse strafheffing van 100 procent blijft dus onverminderd van kracht. De directe sluiproute bestaat op papier, maar is in de praktijk financieel onhaalbaar.

Het echte gevaar: lokale productie

Waarom is Mary Barra, de topvrouw van General Motors, dan toch zo fel tegen deze maatregel? Omdat ze verder kijkt dan volgend jaar. Canada heeft een lange historie als proeftuin voor buitenlandse merken. In de jaren zestig en zeventig gebruikten Honda en Toyota de Canadese markt om voet aan de grond te krijgen in Noord-Amerika, lang voordat ze de VS veroverden.

De angst in Detroit is dat Chinese merken de verlaagde tarieven gebruiken om in Canada een verkoopnetwerk, merkbekendheid en infrastructuur op te bouwen. Als dat eenmaal staat, is de stap naar lokale productie klein.

Canada beschikt over goedkope, groene energie uit waterkracht en een geschoolde beroepsbevolking. Als BYD besluit om een assemblagefabriek in Ontario te bouwen en onderdelen lokaal in te kopen, kunnen ze wél voldoen aan de 75 procent-regel van het handelsverdrag.

Omsingeling van de markt

Op dat moment hebben de Chinezen een legitieme, tariefvrije toegang tot de Verenigde Staten gecreëerd. Het is precies de strategie die Japanse en Koreaanse merken eerder met succes hebben toegepast. De huidige deal over koolzaad is dus geen direct lek in de dijk, maar het is wel de eerste schep zand die wordt weggegraven.

Daarnaast is er het effect op de consument. Amerikanen betalen de hoofdprijs voor elektrische auto's om hun eigen industrie te beschermen. Als zij zien dat hun noorderburen voor 26.000 dollar in moderne, goedkope EV's rijden, zal de politieke druk op Washington toenemen. De muur die de VS heeft opgetrokken is hoog, maar Canada heeft zojuist een ladder tegen de buitenkant gezet.