Het is een vast onderdeel van de Nederlandse stapcultuur: wie drinkt, pakt de fiets. We zien het als het verantwoordelijke alternatief voor de auto. Je brengt immers vooral jezelf in gevaar en niet een ander, is de gedachte. In Duitsland, waar ze doorgaans strenger zijn op verkeersregels, gaat er nu echter een streep door die logica.
Tijdens de jaarlijkse Verkeersjuristendag in Goslar, een belangrijk congres waar rechters, wetenschappers en beleidsmakers de koers voor toekomstige wetgeving bepalen, is een duidelijk advies neergelegd: de regels voor fietsen met een slok op moeten veel strenger.
Waar je nu bij de buren nog wegkomt met 1,6 promille, willen de experts die grens verlagen naar 1,1 promille. Wie gepakt wordt, zou direct een boete van 250 euro en een punt op zijn rijbewijs moeten krijgen.
Dit advies is niet vrijblijvend; de aanbevelingen uit Goslar vormen vaak de basis voor nieuwe Duitse wetten. De reden voor de harde lijn is simpel: de meeste alcoholgerelateerde ongelukken in het verkeer worden inmiddels veroorzaakt door fietsers, niet door automobilisten.
De Nederlandse situatie
In Nederland is de wet formeel al streng: de limiet ligt op 0,5 promille, net als voor automobilisten. Dat zijn ongeveer twee glazen bier. In de praktijk wordt er echter nauwelijks op gehandhaafd, tenzij je het echt bont maakt of betrokken raakt bij een ongeval. De politie heeft simpelweg de capaciteit niet om bij elke kroeg te staan en richt zich qua alcoholcontroles liever op de automobilist, die een veel groter en zwaarder projectiel bestuurt.
Toch is er wat voor de Duitse hardheid te zeggen. Het verkeer is veranderd. Met de opkomst van snelle e-bikes en fatbikes wordt de impact van een botsing steeds groter.
Een dronken fietser die met 25 kilometer per uur op een voetganger of een andere fietser klapt, kan ernstig letsel veroorzaken. De tijd dat de fiets per definitie een onschuldig vervoersmiddel was, lijkt met de huidige snelheden op het fietspad voorbij.
Het risico van strenge regels
Er kleeft echter een groot nadeel aan het criminaliseren van de beschonken fietser. Verkeerspsychologen waarschuwen voor een ongewenst neveneffect. Als de pakkans op de fiets toeneemt en de straffen (zoals het verlies van het rijbewijs) gelijk worden getrokken, kan dat de drempel verlagen om toch de auto te pakken. De logica is cynisch maar realistisch: als het risico op een strafblad op de fiets net zo groot is, kiezen mensen wellicht voor het comfort van de auto.
Dat scenario is een nachtmerrie voor de verkeersveiligheid. Een dronken bestuurder in een auto van 1500 kilo is vele malen dodelijker dan iemand op een fiets van 15 kilo. Het gedogen van fietsers is in die zin een pragmatische keuze om de wegen veiliger te houden voor derden.
De vraag is of we dat pragmatisme kunnen volhouden nu de fietspaden steeds drukker en sneller worden. De Duitsers lijken hun keuze gemaakt te hebben: zero tolerance, ook op twee wielen.