De arrogantie van de macht
Toen de Prius in 2001 in Duitsland arriveerde, was het een rariteit. Benzine was goedkoop en als je zuinig wilde rijden, kocht je een TDI. De Duitse topmerken keken neer op de Japanse vinding.
"Onbruikbaar en minderwaardig", werd er geroepen. Expert Stefan Bratzel noemt het in het Handelsblatt "een zekere arrogantie en overdreven zelfvertrouwen". Ze dachten dat de diesel superieur was. We weten allemaal hoe dat afliep.
Terwijl Volkswagen en BMW sjoemelden om hun diesels schoon te krijgen, veroverde Toyota stilletjes de wereld met de hybride. Pas in 2009, negen jaar (!) na de start van de Prius, kwamen de Duitsers met hun eerste hybrides. Veel te laat.
De wraak van het lelijke eendje
De Prius was misschien geen schoonheid, maar hij was wel een pionier. Hij maakte elektrisch rijden (deels) mogelijk toen Tesla nog niet eens bestond. Hollywoodsterren omarmden de auto als statussymbool, en de rest is geschiedenis.
Toyota heeft inmiddels wereldwijd meer dan 5 miljoen Priussen verkocht. Maar het echte succes zit niet in dat ene model. De hybride-techniek zit inmiddels in bijna elke Toyota.
Volgens Nikkei Asia heeft het merk nu 58 procent van de wereldwijde hybridemarkt in handen. Ze zijn van plan om over twee jaar 6,7 miljoen hybrides te bouwen. Dat is cashen op een schaal waar de Europese concurrentie alleen maar van kan dromen.
Duitsland heeft het nakijken
Het is pijnlijk om te zien. Audi had in 1997 al een hybride (de Duo), maar die kostte 60.000 Mark en flopte genadeloos. VW had in 1991 al plannen, maar Ferdinand Piëch zette er een streep door.
Ze hadden de techniek, maar niet het lef. Toyota wel. Ze hielden vol, ook toen niemand erin geloofde. En nu lachen zij als laatst.