In Wolfsburg wrijven ze zich nog eens goed in de ogen. Waar analisten verwachtten dat de kasstroom van de Volkswagen Groep over 2025 op nul zou uitkomen, toverde financieel directeur Arno Antlitz ineens zes miljard euro tevoorschijn.
Een prestatie van formaat, zeker gezien de context. De Duitse auto-industrie zit in zijn diepste crisis sinds 2009. Volgens analisten van EY daalde de operationele winst van de gehele sector in het derde kwartaal met maar liefst 76 procent naar 1,7 miljard euro. Merken als Audi en Porsche zagen hun winsten zelfs met 90 procent kelderen.
Toch is dit wonder geen gevolg van plotselinge verkoopsuccessen of een heropleving van de markt. Volgens ingewijden van de Duitse krant BILD is het resultaat bereikt door boekhoudkundig kunst- en vliegwerk.
Ontwikkelingskosten zijn doorgeschoven naar het volgende boekjaar, voorraden van staal en chips zijn tot het minimum teruggebracht en, het meest controversieel, vorderingen op autoverkopen zijn met korting verkocht aan derden om direct contant geld binnen te harken.
Een hypotheek op de toekomst
Het is allemaal legaal, maar het is een hypotheek op het nieuwe jaar, stelt een anonieme topmanager. De inkomsten die nu naar voren zijn gehaald, ontbreken straks in 2026. Het lijkt een noodgreep om de balans op te poetsen, wat gunstig is voor toekomstige leningen en de beurskoers.
Maar er is een andere, cynische reden waarom dit bedrag zo belangrijk is. De grens voor het uitkeren van de volledige managementbonussen ligt bij een kasstroom van 5,6 miljard euro.
Met de gevonden zes miljard is die drempel precies gehaald. Dit betekent dat bestuursleden als Oliver Blume tot wel 1,75 miljoen euro extra kunnen bijschrijven. Had de teller op nul gestaan, dan hadden ze naar hun bonus kunnen fluiten.
De Chinese kater
De urgentie van deze ingreep wordt onderstreept door de malaise in China. Ooit was dit de winstmotor van VW, maar het merk is weggezakt naar de derde plaats. De importheffingen en de moordende concurrentie van lokale spelers als BYD zorgen voor rode cijfers. Waar andere autoproducerende landen vorig jaar nog een lichte groei lieten zien, krimpt de Duitse industrie in rap tempo.
De timing van de bonusuitkering kon niet slechter. In maart zijn er verkiezingen voor de ondernemingsraad en de vakbond IG Metall staat op scherp. Terwijl het personeel moet vrezen voor banen en bezuinigingen, strijkt de top de maximale premies op.
Ook de families Porsche en Piëch profiteren mee, omdat dit resultaat ruimte biedt voor dividenduitkeringen die zij hard nodig hebben om hun eigen leningen af te lossen.
Het is een klassiek geval van privatiseren van de winst. De managers en aandeelhouders vieren feest dankzij een boekhoudkundige truc, terwijl de rekening wordt doorgeschoven naar de toekomst en de werkvloer. De financiële crisis in de Duitse auto-industrie is nog lang niet voorbij, maar in de bestuurskamers van Wolfsburg brandt het licht voorlopig nog even fel.