Europa was ooit de bakermat van de auto en de industriële revolutie, maar als we Markus Villig mogen geloven, is die voortrekkersrol definitief verleden tijd. De Estse ondernemer heeft met Bolt het belangrijkste Europese alternatief voor Uber opgebouwd, maar schetst desondanks een inktzwart beeld van de toekomst van ons continent.
Zijn grootste zorg is de ontwikkeling van autonome voertuigen, een technologie die volgens hem cruciaal is voor het overleven van de sector.
"In Europa is er geen enkel serieus bedrijf dat werkt aan autonome auto's. Geen enkel. Dat is een catastrofe", stelt Villig onomwonden. Volgens hem zijn de Europese autofabrikanten, die decennialang de wereldmarkt domineerden, in paniek.
Ze realiseren zich dat ze de boot hebben gemist en niet over de kennis of de middelen beschikken om de achterstand in te halen. De cijfers die Villig noemt zijn schokkend: de ontwikkelingstijden in Europa zijn vijf jaar langer dan in China en de kosten liggen drie keer zo hoog.
Afhankelijk van China
De consequentie van dit falen is dat Europese bedrijven, waaronder Bolt zelf, gedwongen worden om hun technologie elders in te kopen. Villig heeft recent een samenwerking aangekondigd met het Chinese Pony.ai voor de levering van robotaxi's.
Op de vraag waarom hij niet met een Europese partner in zee gaat, is zijn antwoord pijnlijk simpel: die zijn er niet. En de Amerikanen? Die focussen zich door de geopolitieke spanningen vooral op hun thuismarkt en kunnen niet snel genoeg leveren aan Europa.
Villig erkent de risico's van Chinese technologie, met name op het gebied van dataveiligheid en privacy. Hij deelt de zorgen van experts dat gevoelige data in verkeerde handen kunnen vallen.
Daarom pleit hij ervoor dat de controle en de dataopslag in Europa moeten blijven, maar voor de hardware ziet hij op dit moment geen alternatief uit eigen regio. "Als we dit niet omdraaien, koopt de hele wereld straks auto's uit China", waarschuwt hij.
Dood door duizend sneetjes
De oorzaak van de malaise ligt volgens de Bolt-topman bij de verstikkende regelgeving in Brussel. Hij spreekt van een dood door duizend sneetjes. Er is niet één specifieke wet die innovatie blokkeert, maar een opeenstapeling van regels, formulieren en compliance-eisen die het voor startups onmogelijk maakt om te groeien. Grote bedrijven kunnen nog wel mensen aannemen om de bureaucratie te managen, maar voor nieuwkomers is het funest.
Daarnaast hekelt hij het gebrek aan een gezonde investeringscultuur. De kapitaalmarkten in Europa functioneren niet zoals in de VS, waardoor het ophalen van miljarden voor onderzoek en ontwikkeling een onmogelijke opgave is.
Amerikanen handelen twintig keer actiever in aandelen dan Europeanen, niet omdat ze rijker zijn, maar omdat er een andere mentaliteit heerst. Zonder die investeringen is er geen innovatie, en zonder innovatie heeft Europa geen economische toekomst.
Villig geeft het continent nog vijf jaar om het roer om te gooien. Gebeurt dat niet, dan worden we volgens hem volledig irrelevant op het wereldtoneel. Een harde boodschap van een man die zelf bewijst dat succes in Europa wel degelijk mogelijk is, maar die tegelijkertijd ziet hoe de fundering onder zijn voeten afbrokkelt.