Markus Villig is geen man van diplomatieke woorden. De 30-jarige Est, die met Bolt een miljardenbedrijf uit de grond stampte, ziet met lede ogen aan hoe de Europese mobiliteitsmarkt wordt verstikt door regelgeving.
In een gesprek met de Duitse krant Die Welt laat hij zijn frustratie de vrije loop. Zijn grootste ergernis is de manier waarop de politiek in Brussel en de nationale hoofdsteden buigt voor de traditionele taxilobby.
Taxichauffeurs in heel Europa zien hun inkomsten verdampen door de concurrentie van goedkopere platforms en eisen bescherming. In diverse landen wordt daarom gesproken over minimumprijzen voor ritten via apps, om zo het speelveld gelijk te trekken.
Villig vindt het onbegrijpelijk. Elk jaar verzinnen ze weer nieuwe onzin, zegt hij fel. Volgens hem heeft dit beleid niets te maken met consumentenbelang, maar alles met het kunstmatig in leven houden van een verouderde industrie.
Achteruitgang in plaats van vooruitgang
Villig stelt dat het vastleggen van prijzen en het blokkeren van concurrentie compleet achterhaald is. Het is volgens hem een schoolvoorbeeld van hoe Europa zichzelf economisch buitenspel zet. Vrije markten zorgen voor innovatie en lagere prijzen. In plaats daarvan proberen overheden de klok terug te draaien en de status quo te bevriezen.
Hij wijst op de enorme verschillen binnen Europa. In steden als Londen, waar de markt relatief vrij is, zijn honderdduizenden chauffeurs actief. In andere hoofdsteden, waar strenge regels gelden, is het aanbod minimaal.
Het resultaat is dat miljoenen Europeanen geen toegang hebben tot betaalbaar vervoer. Maar er is ook een sociaal aspect: duizenden potentiële chauffeurs, vaak mensen met een migratieachtergrond of zonder diploma's, zitten werkloos thuis omdat ze niet aan de slag mogen. Als de regels anders waren, zouden we honderden miljoenen extra investeren in Europa. Nu wordt dat onmogelijk gemaakt, aldus Villig.
Verstikking door bureaucratie
De Bolt-topman begrijpt dat taxichauffeurs voor hun baan vechten, maar vindt dat politici naar het grotere plaatje moeten kijken. Waarom zou je beleid maken voor een kleine, luidruchtige belangenvereniging in plaats van voor het welzijn van de hele maatschappij?
Als de traditionele taxi uitsterft omdat er een beter en goedkoper alternatief is, dan is dat volgens hem geen probleem, maar vooruitgang.
Villig ziet een patroon van langzame verstikking. Er is niet één specifieke Europese wet die de markt kapotmaakt, maar een eindeloze opstapeling van kleine regeltjes, formulieren en compliance-eisen. Voor een groot bedrijf als Bolt is dat lastig, maar te overzien. Voor een startup is het dodelijk.
Dit verklaart volgens hem ook waarom Europa al dertig jaar geen enkel techbedrijf van wereldformaat heeft voortgebracht. De beste talenten en het kapitaal vluchten naar de VS, waar innovatie wel wordt omarmd. Zijn boodschap aan de Europese beleidsmakers is helder: stop met het beschermen van het verleden en kap met de regeldruk, anders heeft de Europese economie geen toekomst.