Het is een van de grootste frustraties van de Groninger: om in Rotterdam te komen moet je altijd overstappen. Die tijd lijkt voorbij. In de plannen voor de nieuwe dienstregeling van 2027 presenteert de NS een huzarenstukje. De nieuwe ICNG-trein, ook wel de Wesp genoemd, gaat doordeweeks rechtstreeks rijden tussen het Groninger Hoofdstation en Rotterdam Centraal.
De route loopt via de Hanzelijn naar Zwolle, door naar Schiphol en duikt daar de Hogesnelheidslijn (HSL) op. Dit betekent dat het noorden eindelijk profiteert van de miljardeninvestering in het hogesnelheidsnetwerk.
De treinen kunnen op dat stuk 200 kilometer per uur aantikken. Voor reizigers uit Assen en Zwolle geldt hetzelfde voordeel. Tijmen Voet, directeur Dienstregeling bij NS, benadrukt dat dit een langgekoesterde wens is.
Zodra de maximumsnelheid op de Hanzelijn (tussen Lelystad en Zwolle) ook verhoogd wordt, kan de reistijd in de toekomst nog verder omlaag. De intensivering op de HSL is opvallend: tussen Schiphol en Rotterdam gaan straks vijf intercity's per uur rijden in plaats van vier, wat de capaciteit op dit drukke traject flink vergroot.
Twente weer aangesloten
Ook het oosten van het land profiteert. Voor het eerst in twintig jaar keert de rechtstreekse intercity tussen Enschede en Amsterdam Centraal terug. Jarenlang moesten Tukkers in Amersfoort overstappen op de trein naar Schiphol of daar wachten op een aansluiting.
Vanaf 2027 rijden er in de ochtend- en avondspits twee directe treinen per uur. Dit is niet alleen comfortabel, maar levert ook pure tijdswinst op. De NS schat dat de reistijd met tien tot twintig minuten afneemt. Dat maakt de trein ineens een serieus alternatief voor de auto op de A1, die in de spits vaak vaststaat.
De verbetering stopt niet bij de spits. Ook in het weekend worden de verbindingen versterkt. Tussen Amersfoort en Deventer gaat de frequentie op zaterdag en zondag omhoog van twee naar drie intercity's per uur. Hierdoor zijn Deventer en Apeldoorn ook voor dagjesmensen en weekendreizigers veel beter bereikbaar vanuit de hoofdstad.
Ook in de nacht en de stad
Een opvallend detail in de plannen is de verbetering van de late verbindingen. De laatste intercity vanuit Groningen en Assen rijdt in het weekend voortaan door naar Den Haag en Rotterdam. Voorheen strandde deze in Amsterdam.
Dit betekent dat noorderlingen na een avondje uit of een late dienst niet meer hoeven te vrezen dat ze de laatste aansluiting missen. In de Randstad zet NS in op woningbouwlocaties. Tussen Den Haag en Dordrecht verdubbelt de frequentie van Sprinters op zondag van twee naar vier per uur, een voorbode van de CitySprinter-formule die nieuwe woonwijken bereikbaar moet houden.
De plannen zijn ambitieus, maar de NS houdt een slag om de arm. Alles valt of staat met de beschikbaarheid van de nieuwe ICNG-treinen en de stabiliteit van de infrastructuur. Als de levering vertraagt of de kinderziektes aanhouden, kan het zijn dat de nieuwe verbindingen stapsgewijs worden ingevoerd. Desondanks is het signaal helder: de NS kijkt weer verder dan Utrecht en Amsterdam en investeert serieus in de regio.