Achtergrond

Stellantis schrijft miljarden af op elektrische strategie en bewijst dat de consument zich niet laat dwingen

Het rommelt in de top van Stellantis. Het moederbedrijf van onder meer Opel, Peugeot en Fiat moet miljarden afschrijven en trapt op de rem bij de elektrificatie. Is de markt ingestort? Nee, de harde waarheid is pijnlijker: de auto's zijn simpelweg niet goed genoeg.

Jesper Penninga
Stellantis
Elektrische auto's
Opel
Fiat
Europese auto-industrie
Stellantis schrijft miljarden af op elektrische strategie en bewijst dat de consument zich niet laat dwingen

Jarenlang was de strategie van Stellantis helder: kosten besparen door alles op dezelfde platforms te bouwen en vol inzetten op elektrisch. Maar nu de balans wordt opgemaakt, blijkt die strategie een kaartenhuis.

Het concern moet een miljardenverlies slikken en kondigt aan dat het mes gaat in de elektrische ambities. Er komen weer meer benzine- en hybride-modellen, en sommige geplande EV's verdwijnen in de ijskast.

Analisten wijzen graag naar de afkoelende markt of de politieke onzekerheid, maar wie eerlijk naar het product kijkt, ziet een ander probleem. De elektrische auto's van Stellantis zijn, op een enkele uitzondering na, geen hoogvliegers.

Neem de nieuwe Opel Frontera Electric. Op papier een leuke gezinsauto, maar in de praktijk schiet hij tekort op actieradius, laadsnelheid en prestaties. Zet hem naast een Hyundai Kona of een Kia Niro en het verschil is pijnlijk duidelijk. De concurrentie uit Korea en China biedt meer auto voor hetzelfde geld.

Halfbakken compromissen

Het probleem zit hem in de basis. Waar merken als Hyundai, Tesla en Renault (met de nieuwe 5) specifieke platforms ontwikkelen of slimme keuzes maken, lijkt Stellantis vaak te kiezen voor het compromis.

Veel modellen zijn zogeheten multi-energy auto's: ze moeten geschikt zijn voor benzine, diesel én elektriciteit. Dat klinkt flexibel, maar in de praktijk betekent het vaak dat ze in niets excelleren. Een elektrische auto die zijn platform moet delen met een verbrandingsmotor is per definitie minder efficiënt ingericht dan een auto die als EV is ontworpen.

Dit wreekt zich nu. De consument is niet gek. In 2026 kom je niet meer weg met een auto die matig laadt of een beperkte range heeft, zeker niet als de buren voor hetzelfde geld een auto hebben die dat wel goed doet.

Het succes van BMW bewijst dat je wel degelijk auto's met meerdere aandrijflijnen kunt bouwen, mits je investeert in kwaliteit. Bij Stellantis lijkt de focus te veel op de kostenbesparing te hebben gelegen, en te weinig op de techniek.

De rekening wordt betaald

De koerswijziging is een noodgreep. In de Verenigde Staten, waar de regels onder president Trump waarschijnlijk soepeler worden, kan Stellantis terugvallen op zijn melkkoeien: de grote pick-ups van RAM en de SUV's van Jeep.

Maar in Europa, waar de uitstootregels onverbiddelijk zijn, zit het concern in de tang. Ze moeten elektrische auto's verkopen om boetes te voorkomen, maar de klanten laten ze staan.

Het resultaat is dat Stellantis nu gedwongen wordt om terug te grijpen naar de verbrandingsmotor om de kassa te laten rinkelen, terwijl ze tegelijkertijd miljarden moeten investeren om hun elektrische achterstand in te halen. Het is een pijnlijke les: je kunt nog zo goed zijn in boekhouden, uiteindelijk moet je wel auto's bouwen die mensen willen hebben.