De 'verkeerde' soort auto
De Microlino is een succesnummer. De Zwitserse makers (bekend van de stepjes) hebben al 5.000 van deze moderne Isetta's verkocht. Hij is klein (2,5 meter), zuinig en past overal. Precies wat we nodig hebben in de stad, zou je zeggen.
Maar Brussel denkt daar anders over. De EU komt met een nieuwe subsidieregeling ('Supercredits') voor elektrische auto's onder de 4,20 meter. Klinkt goed, maar er is een probleem: de Microlino mag niet meedoen. Waarom niet? Omdat hij officieel geen auto is (klasse M1), maar een 'vierwielige motorfiets' (klasse L7e).
Een Polo krijgt 6.000 euro, een Microlino niks
Het gevolg is absurd. Als Volkswagen straks met de ID.Polo komt (van 20.000 euro), krijgt de koper tot wel 6.000 euro subsidie. De Microlino, die ook rond de 20 mille kost maar véél milieuvriendelijker is, krijgt nul euro.
Sterker nog: grote fabrikanten kunnen hun CO2-boetes afkopen door te handelen in emissierechten. Microcar-bouwers mogen dat niet. De kleintjes worden dus dubbel gepakt: ze krijgen geen subsidie én geen extra inkomsten, terwijl de grote jongens (die ook dikke SUV's bouwen) aan alle kanten worden gematst.
Vluchten naar China
Oliver Ouboter, de man achter de Microlino, luidt de noodklok in FOCUS. "We willen niet in schoonheid sterven." Nu wordt de auto nog met liefde gebouwd in Turijn, maar zonder gelijke kansen is dat niet vol te houden.
De enige optie? De productie verplaatsen naar China. Daar liggen de aanbiedingen al klaar. Het is de ultieme ironie: de EU wil een eigen, groene auto-industrie opbouwen, maar jaagt met haar eigen regels de meest innovatieve spelers recht in de armen van de Chinezen.