Geen opstand, wel ongelijkheid
Stel je voor: de benzineprijs in Utrecht is 1,80 euro, en in Amsterdam 3,60 euro. Het land zou te klein zijn. Kamervragen, blokkades, woedende automobilisten. Maar bij de laadpaal is dit de dagelijkse realiteit. Volgens de NOS betaal je in Nederweert 33 cent per kWh, terwijl je in Oegstgeest bijna 70 cent aftikt. Een verschil van meer dan 100 procent.
Toch blijft het stil. Waarom? ING-economen leggen de vinger op de zere plek: de huidige groep EV-rijders leeft in een bubbel. Het zijn grotendeels zakelijke leaserijders met een tankpas van de baas (die de rekening niet zien) of huizenbezitters met een oprit en zonnepanelen (die bijna gratis laden). De pijn komt dus niet terecht bij de mensen die nu rijden.
De particulier is de klos
Maar de groep die nu moet overstappen – de particulier zonder oprit en zonder leasebudget – krijgt de volle laag. Zij zijn volledig aangewezen op die dure publieke paal in de wijk. Een prijsverschil van 30 cent per kWh kost je bij een bescheiden kilometrage al snel 750 euro per jaar extra.
Het gevolg is desastreus voor de transitie. Omdat de 'gewone man' deze loterij niet wil betalen, stagneert de verkoop van tweedehands EV's. Het is volgens ING de hoofdreden dat jonge, gebruikte elektrische auto's massaal naar het buitenland verdwijnen. De Nederlandse particulier kan (of wil) die onzekerheid niet betalen.
Gemeente als boosdoener
De oorzaak van de ellende ligt bij de gemeenten. Die sluiten deals met exploitanten. Gemeenten die slim samenwerken in grote concessies (zoals in Brabant en Limburg) bedingen lage prijzen door hun inkoopmacht. Gemeenten die solo slim spelen of niet opletten (zoals Asten, Leiden en Oegstgeest), zadelen hun inwoners op met torenhoge tarieven en woekerwinsten voor de exploitant.
Het resultaat is een ongelijk speelveld waarbij je postcode bepaalt of je elektrisch kunt rijden. Zolang de politiek dit laat gebeuren, blijft de EV een speeltje voor de elite en een financiële valkuil voor de rest.