Nieuws

Faillissementen Duitse autodealers verdrievoudigd: nieuwe EV-subsidie zet restwaardes onder druk

Terwijl de overheid miljarden uitdeelt aan subsidies om de autoverkoop aan te jagen, voltrekt zich aan de achterkant een ramp. De nieuwe Duitse aankoopsubsidie (tot 6.000 euro) klinkt als een zegen voor de koper, maar voor de autohandelaar is het de nekslag. De voorraad op het terrein wordt in één klap duizenden euro's minder waard. "Dit wordt een bloedbad," waarschuwen dealers.

Nick ter Arkel
Faillissementen Duitse autodealers verdrievoudigd: nieuwe EV-subsidie zet restwaardes onder druk

De subsidie-boemerang

Het mechanisme is simpel en dodelijk. Als de overheid besluit om nieuwe elektrische auto's met 6.000 euro te subsidiëren, daalt de marktprijs van die auto's direct. Dat lijkt fijn, maar het betekent ook dat elke tweedehands EV die bij de dealer staat, óók in waarde moet zakken. Niemand koopt immers een occasion voor 30.000 euro als je voor bijna hetzelfde geld een nieuwe hebt (met subsidie).

Claus Trilling, een grote autohandelaar bij Bonn, ziet de bui al hangen. "De premie duwt de restwaardes de kelder in. Ik kan bij alle auto's op mijn terrein de prijskaartjes gaan vervangen." Voor dealers die tonnen aan voorraad hebben gefinancierd, is dit een financiële ramp. Het kapitaal verdampt waar ze bij staan.

Drie keer zoveel faillissementen

De gevolgen zijn nu al zichtbaar. Volgens WirtschaftsWoche is het aantal faillissementen onder grote autodealers in 2025 verdrievoudigd. Grote namen zoals Preckel en Plaschka vallen om. De marges zijn flinterdun (gemiddeld 1 procent) en de kosten stijgen explosief.

Vooral de kleinere, zelfstandige dealers worden weggevaagd door grote ketens en internationale investeerders. Ze worden uitgeknepen door de fabrikanten, die steeds hogere verkoopdoelen opleggen. "Veel dealers geven hun hele winstmarge weg om maar genoeg auto's te verkopen en hun bonus te halen," zegt expert Philipp Kranich. Het is werken voor niks.

Werkplaats wordt onbetaalbaar

Alsof de verkoop nog niet genoeg zorgen baart, staat ook de werkplaats onder druk. De kosten voor monteurs en onderdelen zijn zo hard gestegen dat een uurtarief van 200 euro geen uitzondering meer is. "We moeten klanten soms bijna reanimeren als ze de rekening zien," zegt Trilling.

Het gevolg is dat klanten weglopen naar de universele garage ("beun de haas"). En omdat elektrische auto's ook nog eens minder onderhoud nodig hebben (geen olie, geen filters), droogt de melkkoe van de werkplaats langzaam op.

De conclusie is somber: de autodealer zoals we die kennen, is aan het uitsterven. De overheid denkt te helpen met subsidies, maar duwt de branche daarmee onbedoeld de afgrond in. Voor de consument is het feest (lage prijzen), voor de ondernemer is het overleven.