Terwijl in het middeleeuwse kasteel Alden Biesen de haardvuurtjes branden, is de sfeer onder de Europese leiders allesbehalve knus. Ze zijn bijeengekomen voor een cruciale bezinningssessie over de toekomst van de Europese economie.
De aanleiding is urgent: bedrijven kreunen onder hoge energiekosten en een verstikkende regeldruk, terwijl de concurrentie uit het buitenland moordend is. De Amerikaanse president Donald Trump trekt tolmuren op en China overspoelt de markt met gesubsidieerde producten. Europa dreigt vermorzeld te worden tussen deze twee blokken.
Het doel van de top is simpel: de interne markt eindelijk afmaken. In theorie is er vrij verkeer van goederen en diensten, maar de praktijk is een bureaucratisch moeras dat de economie miljarden kost.
Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, gaf in het parlement een voorbeeld dat elke logistiek manager tot wanhoop drijft. Een vrachtwagen mag in België de weg op met een totaalgewicht van 44 ton.
Maar zodra diezelfde truck de Franse grens passeert, geldt plotseling de internationale richtlijn van maximaal 40 ton. Dat betekent dat transporteurs aan de grens lading moeten overladen of standaard met halflege wagens moeten rijden.
Faxen in 2026
Nog gekker wordt het als je kijkt naar de communicatie. In een tijdperk van AI en 5G zijn er nog steeds EU-landen waar je verplicht per fax moet communiceren als je afvaltransporten over de grens wilt regelen.
Voor bedrijven die internationaal opereren, betekent dit dat ze moeten investeren in museumstukken om aan de regels te voldoen. Von der Leyen concludeert droogjes dat dit het ondernemen onnodig moeilijk maakt. De economische schade is gigantisch: volgens het IMF staan de interne obstakels gelijk aan een importheffing van 44 procent op goederen.
De leiders in Alden Biesen laten zich inspireren door de alarmerende rapporten van oud-premiers Mario Draghi en Enrico Letta. Zij pleiten voor radicale stappen, zoals het openbreken van de kapitaalmarkten en het invoeren van een zogeheten 28ste regime.
Dit zou een uniek regelgevend kader zijn dat boven de nationale wetten staat, waardoor bedrijven met één set regels in de hele EU kunnen opereren. Geen 27 verschillende formulieren meer, maar één digitale registratie.
Protectionisme of open markt?
Toch is er ook verdeeldheid. Frankrijk stuurt aan op een harde lijn van Europese voorkeur: bedrijven die staatssteun krijgen, moeten verplicht worden om hun geld in Europa uit te geven.
Kleinere handelslanden als België en ook Duitsland zijn hier huiverig voor. Zij vrezen dat dit protectionisme uiteindelijk als een boemerang terugkomt en de handel met de rest van de wereld schaadt.
De frustratie over de traagheid is inmiddels zo groot dat een groep landen overweegt om desnoods zonder de rest verder te gaan in een kopgroep. De top in Limburg moet het startschot zijn voor een grote schoonmaak.
Want zolang we in Europa nog discussiëren over faxapparaten en gewichtsgrenzen, denderen de treinen in China en de trucks in Amerika op volle snelheid door.