De reputatieschade is te groot
Jarenlang was het wilde westen. Iedereen met een container en een paar contacten in Shanghai kon goedkope Chinese EV's naar Europa verschepen. Het resultaat? Een stortvloed aan onbekende merken die hier voor een prikkie werden gedumpt. Maar zodra zo'n auto stuk ging, begon de ellende. Geen onderdelen, geen dealers, geen service. Zelfs bij grote namen als MG (denk aan de MG4) klagen eigenaren steen en been over maandenlange wachttijden op simpele onderdelen.
De Chinese overheid heeft er genoeg van. Ze zien dat deze 'hit and run'-strategie het imago van serieuze spelers als BYD en XPeng besmet. Als één Chinese auto uit elkaar valt of niet gerepareerd kan worden, straalt dat af op alle Chinese auto's. Daarom is er per 1 januari 2026 hard ingegrepen.
Alleen de groten mogen door
De nieuwe regels zijn simpel maar effectief. Wil je elektrische auto's exporteren? Dan heb je een officiële exportlicentie nodig. En die krijg je niet zomaar. Alleen de fabrikant zelf, of een door hen erkende partner, mag die aanvragen. De tijd dat vage tussenhandelaren restpartijen opkochten en naar Rotterdam stuurden, is voorbij.
Nog belangrijker: exporteurs moeten garanderen dat de onderdelenvoorziening en service op orde zijn in het land van bestemming. Kun je niet bewijzen dat je een bumper binnen redelijke tijd in Duitsland of Nederland kunt krijgen? Dan mag de auto de boot niet op. Beijing dwingt zijn eigen industrie om volwassen te worden.
Kwaliteit boven kwantiteit
Het is een strategische meesterzet. China offert op korte termijn misschien wat verkoopvolume op, maar beschermt op lange termijn zijn kroonjuwelen. Merken als BYD, die miljarden investeren in fabrieken in Hongarije en Turkije, hoeven niet meer te vrezen voor prijsdumping door landgenoten die rommel leveren.
Voor de Europese consument betekent dit dat het kaf van het koren wordt gescheiden. De merken die overblijven, zijn de partijen die zich committeren aan service en kwaliteit. De tijd van de goedkope Chinese 'wegwerp-auto' is officieel voorbij, en daar mogen we de Chinese overheid dankbaar voor zijn.