Nieuws

Olieprijs keldert naar dieptepunt, maar Nederlandse benzineprijs blijft onverminderd hoog

Terwijl wij in Nederland huilend aan de pomp staan met een adviesprijs van ruim € 2,26 voor een litertje Euro95, gebeurt er in het buitenland iets wonderlijks. In Zwitserland kelderen de prijzen naar een niveau dat wij ons nauwelijks meer kunnen herinneren. De reden? Een wereldwijd overschot aan olie. Maar waarom merken wij daar dan weer helemaal niks van?

Nick ter Arkel
Olieprijs keldert naar dieptepunt, maar Nederlandse benzineprijs blijft onverminderd hoog

Pijnlijk contrast aan de pomp

Het toonaangevende Zwitserse medium Blick meldt jubelend dat de benzineprijzen in het Alpenland op het laagste niveau liggen sinds de zomer van 2021. Automobilisten betalen daar gemiddeld 1,64 Zwitserse Frank per liter. Omgerekend is dat ongeveer € 1,79. Wie een beetje zoekt, vindt zelfs pompen die voor € 1,58 (1,44 CHF) hun vloeibare goud weggeven.

Vergelijk dat even met de trieste realiteit op de A2. De Gemiddelde Landelijke Adviesprijs (GLA) staat vandaag in Nederland op een misselijkmakende € 2,262 per liter voor Euro95. Voor diesel mag je € 2,030 aftikken. Het verschil met onze Zwitserse vrienden loopt dus op tot ruim 50 cent per liter. Op een volle tank scheelt dat je gewoon drie kratten bier.

De wereld zwemt in de olie (maar het schommelt wel)

Het wrange is: de grondstof is op dit moment relatief goedkoop. Een vat Brent-olie schommelt rond de 69 dollar. Dat is historisch laag, ondanks een lichte stijging afgelopen week. Doordat de Euro sterker wordt ten opzichte van de Dollar, worden de scherpste randjes van die olieprijsschommelingen voor ons gedempt.

In theorie zou dit moeten betekenen dat de prijzen redelijk stabiel laag blijven. En dat zien we bij de buren. In Zwitserland lachen ze, en ook de Duitse dieselprijs daalt. Er zijn geen tekorten, het is een kopersmarkt.

De Nederlandse belastingmuur

Waarom merk jij daar dan niks van als je je auto volgooit in Utrecht of Zwolle? Het antwoord is even simpel als frustrerend: de Nederlandse staat. Onze benzineprijs bestaat voor het overgrote deel uit belastingen. Accijns, voorraadheffing, en daar overheen nog eens 21 procent btw.

De Nederlandse overheid heeft de accijnzen zo hoog opgevoerd dat een daling van de olieprijs nauwelijks nog impact heeft op het eindbedrag. Wij hebben de twijfelachtige eer om een van de duurste brandstoflanden ter wereld te zijn. Terwijl de Zwitsers profiteren van de marktwerking, sponsoren wij vooral de gaten in de begroting van Den Haag.

Tanktoerisme: België is nu de grote winnaar

Woon je binnen een straal van 20 kilometer van de grens en tank je nog in Nederland? Dan ben je – sorry dat we het zeggen – een dief van je eigen portemonnee. De cijfers liegen niet. Terwijl wij hier € 2,26 aftikken, gooi je in Oost-Vlaanderen je tank vol voor € 1,39 per liter.

Ook Duitsland blijft interessant, al stegen de prijzen daar deze week iets naar gemiddeld € 1,75 voor E10. Dat klinkt duurder dan België, maar het scheelt je nog steeds 51 cent per liter vergeleken met de Nederlandse adviesprijs. Op een volle tank pak je dus gewoon € 25,- winst. Dieselaars hebben in Duitsland overigens extra geluk: daar daalt de prijs juist weer.

De conclusie blijft pijnlijk: de Nederlandse staat lacht zich rijk over jouw rug, maar wie slim is, laat de fiscus in zijn hemd staan en tankt bij de buren. Vooral België is op dit moment het beloofde land voor de benzinerijder.