Het leek een patstelling die de auto-industrie nog jaren in zijn greep zou houden: de Europese Unie voerde torenhoge importheffingen in op Chinese elektrische auto's, en China reageerde woedend.
Beijing verbood zijn autofabrikanten aanvankelijk om individueel met de Europese Commissie te praten. Het motto was: samen uit, samen thuis. China wilde als één blok optreden om maximale druk uit te oefenen op Brussel.
Maar die eenheid is nu gebroken. Het Chinese ministerie van Handel heeft officieel laten weten dat het fabrikanten vrijstaat om op eigen houtje prijsafspraken te maken met Europa.
De aanleiding voor deze koerswijziging is een deal die Volkswagen heeft gesloten. Volgens persbureau Reuters wist de Duitse autogigant voor zijn dochtermerk Cupra een unieke uitzondering te bedingen.
De in China gebouwde Tavascan, die dreigde te worden getroffen door een extra heffing van ruim 20 procent bovenop de standaard 10 procent, mag nu toch tegen gunstigere voorwaarden worden ingevoerd.
In ruil daarvoor heeft Volkswagen ingestemd met een vaste minimumprijs en een maximaal verkoopquotum. Het is de eerste keer sinds de invoering van de strafheffingen in 2024 dat Brussel zo'n vrijstelling verleent.
Ieder voor zich
Dit succes is niet onopgemerkt gebleven in Beijing. "We hopen dat meer Chinese bedrijven overeenkomsten kunnen bereiken met de Europese kant", verklaarde He Yadong, woordvoerder van het ministerie, tijdens een persconferentie.
Het is een pragmatische zet. China realiseert zich dat een harde confrontatie de export alleen maar schaadt. De Europese markt is cruciaal voor de groei van de Chinese auto-industrie, nu de thuismarkt verzadigd raakt. Door individuele deals toe te staan, kunnen sterke merken als BYD, Geely en SAIC alsnog voet aan de grond krijgen, zij het onder strikte voorwaarden.
Voor de Europese auto-industrie is dit dubbel nieuws. Aan de ene kant toont het aan dat de EU bereid is om te praten en dat de heffingen niet in beton gegoten zijn. Aan de andere kant betekent het dat de beschermingswal tegen goedkope Chinese auto's gaten begint te vertonen.
Als elk merk zijn eigen deal sluit op basis van minimumprijzen, wordt het speelveld weer onoverzichtelijk. Voor de consument betekent het waarschijnlijk dat de prijzen van Chinese auto's niet zo hard zullen stijgen als gevreesd, maar de echte bodemprijzen zijn verleden tijd.
Model voor model
Analisten verwelkomen de stap, maar waarschuwen dat dit geen vrijbrief is voor een invasie. De onderhandelingen worden per model gevoerd en zijn complex. Het kostte Volkswagen maanden om de Tavascan-deal rond te krijgen.
Voor Chinese merken, die vaak minder politieke invloed hebben in Brussel dan de Duitsers, zal het proces minstens zo taai zijn. Maar de deur die eerst hermetisch gesloten leek, staat nu op een kier. En in de autowereld is dat vaak al genoeg om binnen te komen.