Het is een van de meest surrealistische voertuigen uit de militaire geschiedenis: een kleine, beige scooter met een loop die ver voor het voorwiel uitsteekt. De Vespa 150 TAP, wat staat voor Troupes Aéroportées, was geen grap van een verveelde ingenieur, maar een serieus wapen dat werd ingezet tijdens de Algerijnse Oorlog en de crisis in Indochina. Tussen 1956 en 1959 bouwde de Franse fabrikant ACMA, die de licentierechten had, zeshonderd van deze rijdende kanonnen.
Het idee erachter was even simpel als geniaal. Het Franse leger zocht naar een goedkope, mobiele manier om parachutisten van zware vuurkracht te voorzien. Een tank of jeep is lastig uit een vliegtuig te gooien en kost een vermogen, maar een scooter van 115 kilo past prima in een parachute en kostte destijds slechts 500 dollar.
De Vespa's werden in paren gedropt: eentje met het kanon en eentje met de munitie. Eenmaal op de grond, vaak in ruig terrein, konden twee soldaten het wapen binnen enkele minuten operationeel maken en verplaatsen.
Niet vuren tijdens het rijden
Het meest opvallende aan de TAP is natuurlijk het wapen zelf: een Amerikaans M20 terugstootloos kanon van 75 millimeter. Dit was geen speelgoed; met de juiste munitie (HEAT-projectielen) kon het door 100 millimeter pantserstaal heen branden.
Hoewel historische foto's vaak de suggestie wekken dat de bestuurder al rijdend de trekker kon overhalen als een soort James Bond, was dat in de praktijk levensgevaarlijk en onnauwkeurig. De scooter diende puur als transportmiddel.
Om te vuren werd het kanon op een meegeleverd statief gezet, de M1917 Browning driepoot. Alleen in uiterste nood, als de vijand letterlijk om de hoek stond, kon het wapen direct vanaf het frame worden afgevuurd, maar de terugslag en de balans maakten dit tot een wanhoopsdaad.
Onderhuids was de TAP een zwaar aangepaste versie van de civiele Vespa. De motor was een simpele 145 cc tweetakt die een topsnelheid van zo'n 60 tot 66 kilometer per uur mogelijk maakte.
Om het enorme gewicht van het kanon en de munitie te dragen, werd het frame verstevigd met een stalen buis rondom de beenschilden. Ook de versnellingsbakverhoudingen werden aangepast om meer trekkracht te leveren in het onverharde terrein van Noord-Afrika.
De redding van Vespa
Hoewel de Vespa TAP tegenwoordig vooral een curiositeit is in musea, was de militaire order cruciaal voor het merk. In de jaren na de oorlog was Europa arm en de vraag naar goedkoop vervoer groot.
Door te bewijzen dat de Vespa robuust genoeg was voor het slagveld en uit vliegtuigen gegooid kon worden, kreeg het imago van de scooter een enorme boost. Het was niet langer alleen een leuk dingetje voor in de stad, maar een onverwoestbaar stuk techniek dat zijn mannetje stond.
Voor Piaggio, het moederbedrijf, was het de bevestiging dat hun ontwerp de wereld kon veroveren. Of dat nu was met een verliefd stelletje in Rome of met een antitankkanon in de woestijn.