De 'Tesla-killers' die doodvielen
Het leek zo mooi: iedereen wilde de nieuwe Tesla worden. Beleggers pompten miljarden in merken als Fisker en Sono Motors. Het resultaat? Fisker ging (opnieuw) failliet en sleurde de Oostenrijkse fabriek Magna Steyr mee. Sono Motors liet duizenden particulieren achter met waardeloze aanbetalingen voor een zonne-auto die nooit kwam.
Ook pijnlijk: de wederopstanding van Borgward. Met Chinees geld moest het legendarische Duitse merk herleven. Het werd een sof. Na één geflopte SUV was het in 2022 alweer Schluss.
Auto's die niemand wilde
Ook de grote jongens sloegen de plank wel eens mis. Herinner je de Mercedes Vaneo nog? Waarschijnlijk niet, want Mercedes schaamde zich zo voor dit 'bestelbusje op A-klasse basis' dat ze de productie na vier jaar al stopten.
Of de Renault Wind, een roadster die niemand begreep. En recenter: de Honda e. Iedereen vond hem schattig, maar niemand wilde 40 mille betalen voor een stadsauto die de stad niet uit kon. Na vier jaar en 14.000 stuks trok Honda de stekker eruit.
Dieselgate en de moeder aller terugroepacties
Maar de echte klappers waren de schandalen. Dieselgate kostte Volkswagen tot nu toe zo'n 33 miljard euro. Dat is geld dat niet naar innovatie ging, maar naar boetes en advocaten.
Nog erger (qua aantallen) was de Takata-airbag. Omdat de Japanse fabrikant goedkoop spul gebruikte dat kon ontploffen, moesten wereldwijd meer dan 100 miljoen auto's terug naar de garage. Takata ging failliet, de autofabrikanten mochten de rommel opruimen.
De politieke faalhazen
En laten we de politiek niet vergeten. De Duitse minister Andreas Scheuer wilde per se een tolheffing invoeren, maar verprutste dat zo grondig dat de belastingbetaler opdraaide voor 320 miljoen euro aan schadevergoedingen. Een dure les in hoe je het niet moet doen.
De conclusie is helder: of het nu gaat om sjoemelsoftware, failliete start-ups of politiek wanbeleid, uiteindelijk draait de consument op voor de kosten. Via de belasting of via hogere autoprijzen.