Het signaal dat ervan uitgaat, is niet te negeren. De minister van Financiën van Noordrijn-Westfalen, Marcus Optendrenk, heeft zijn volledig elektrische BMW i7 dienstauto ingeruild voor een Audi A8 L 50 TDI Quattro. Een directe overstap van de elektrische topklasse naar de diesel-topklasse. De reden is pijnlijk eenvoudig: voor zijn werkzaamheden voldeed de elektrische auto niet.
De minister stelde vorig jaar al in de Duitse krant WAZ dat een elektrische auto prima functioneert voor korte ritten in en rond de politieke hoofdstad Düsseldorf. Maar voor een minister in de grootste deelstaat van Duitsland, met een volle agenda en lange, onvoorspelbare ritten, stuit de technologie op zijn grenzen. Hij moest echter wachten tot zijn leasecontract afliep om de wissel daadwerkelijk te kunnen maken.
Een groeiende trend in de regering
De keuze van Optendrenk staat niet op zichzelf. Binnen de regering van Noordrijn-Westfalen is een duidelijke trend zichtbaar. Eerder stapte de minister van Bouw, Ina Scharrenbach (CDU), om vergelijkbare redenen al over op een diesel.
Ook de ministers van Wetenschap en Europa, beiden van de CDU, rijden diesel. De overstap lijkt een pragmatische keuze te zijn voor ministers met een drukke, onvoorspelbare agenda.
Opvallend is de politieke scheidslijn. Vooral de ministers van de Groenen, zoals Mona Neubaur (Economie) en Oliver Krischer (Milieu), houden vast aan elektrische of hybride dienstauto’s. Wanneer hun leasecontracten binnenkort aflopen, hebben zij opnieuw gekozen voor een elektrische variant.
Minister-president Hendrik Wüst en minister van Binnenlandse Zaken Herbert Reul (beiden CDU) vormen een uitzondering; zij rijden in gepantserde limousines, die vanwege het enorme gewicht en de vereiste betrouwbaarheid alleen als verbrandingsmotor beschikbaar zijn.
Een pijnlijke realiteit voor de energietransitie
Het voorval in Duitsland legt een gevoelige zenuw bloot in de Europese energietransitie. Het laat zien dat, ondanks de politieke wil en de technologische vooruitgang, de praktische inzetbaarheid van elektrische auto’s voor een specifieke groep intensieve gebruikers nog steeds een struikelblok is.
De actieradius op papier is één ding, maar de realiteit van onverwachte ritten, het gebrek aan snelladers op cruciale locaties en de tijd die het kost om te laden, is voor mensen met een strakke planning een onacceptabel risico.
De ervaringen van deze Duitse ministers zijn een harde reality check. Het bewijst dat voor de volledige acceptatie van elektrisch rijden, met name in het professionele segment, er meer nodig is dan alleen politieke wil.
Zolang de laadinfrastructuur en de accu-efficiëntie de flexibiliteit van een volle tank diesel niet kunnen evenaren, zullen er altijd gebruikers zijn die, ondanks de maatschappelijke druk, gedwongen worden om een pragmatische en voor velen teleurstellende keuze te maken.