De Amerikaanse president Donald Trump heeft een van de grootste dereguleringsacties uit de geschiedenis in gang gezet, zo meldt persbureau Reuters. Zijn Environmental Protection Agency (EPA) heeft officieel de zogeheten endangerment finding uit 2009 ingetrokken.
Deze bepaling stelde vast dat de uitstoot van broeikasgassen een gevaar vormt voor de volksgezondheid en vormde de juridische ruggengraat waarmee de federale overheid emissie-eisen kon opleggen aan auto's en energiecentrales.
Met deze pennenstreek verdwijnt de bevoegdheid van Washington om de auto-industrie landelijk te reguleren. Trump stelt dat dit bedrijven meer dan 1 biljoen (een 1 met twaalf nullen) dollar aan kosten gaat besparen, maar de sector zelf reageert uiterst gematigd op dit nieuws.
Autofabrikanten vrezen instabiliteit
Opvallend genoeg zit de auto-industrie niet direct te wachten op dit cadeau. Waar de olie-industrie, vertegenwoordigd door lobbygroepen, de stap toejuicht, zien grote autofabrikanten vooral onzekerheid opdoemen.
Advocaten en analisten stellen dat bedrijven een lastige periode tegemoet gaan. De Alliantie voor Automotive Innovatie, de spreekbuis van de grote merken in de VS, benadrukt dat de huidige elektrische doelen al uitdagend genoeg zijn zonder veranderende spelregels.
Fabrikanten als Ford en Honda hadden vorig jaar al aangegeven dat ze liever vasthouden aan de bestaande regels. Hun zorg zit in de politieke slingerbeweging. Investeringen in nieuwe motoren, batterijfabrieken en voertuigplatforms vergen planningen van tien jaar of langer.
Als het beleid elke vier jaar 180 graden draait afhankelijk van wie er in het Witte Huis zit, wordt strategisch investeren onmogelijk. Ze vrezen dat investeringen in EV's waardeloos worden als de druk om te vergroenen wegvalt, terwijl ze diezelfde EV's voor andere wereldmarkten wel nodig hebben.
Staten dreigen met eigen regels
Het grootste risico van Trumps actie is het ontstaan van een lappendeken aan regelgeving. Nu de federale overheid zich terugtrekt, staat het individuele staten vrij om hun eigen koers te varen. Californië, traditioneel de voorloper op milieugebied en de grootste automarkt van de VS, overweegt al juridische stappen.
Als het Hooggerechtshof oordeelt dat staten zelfstandig CO2 mogen reguleren nu de federale overheid het niet meer doet, ontstaat er een onpraktisch scenario. Fabrikanten zouden dan te maken krijgen met een deel van Amerika zonder regels en een deel met strenge eisen. Dit zou merken dwingen om verschillende versies van auto's te bouwen voor één land, wat de efficiëntie en schaalvoordelen ondermijnt.
Gevolgen voor Europese merken
Hoewel dit een Amerikaans besluit is, zijn de gevolgen ook voor Europese fabrikanten relevant. Merken als Mercedes-Benz, BMW en Volkswagen hebben enorme fabrieken in de VS (zoals in Spartanburg en Tuscaloosa) en exporteren vanuit daar ook naar Europa en China.
Zij profiteren van wereldwijde platforms: één basis voor alle markten. Als de Amerikaanse markt door het wegvallen van regels weer vraagt om techniek die in Europa niet meer verkocht mag worden (bijvoorbeeld grote V8-motoren zonder hybridisering), wordt het lastiger om één wereldwijd product te voeren. Dit kan de kosten opdrijven en uiteindelijk ook invloed hebben op het aanbod en de prijzen hier in Europa.