Het Duitse weekblad Focus heeft een analyse gemaakt van de recente autogeschiedenis en komt tot een duidelijke conclusie: er zijn specifieke breekpunten aan te wijzen waarop de prioriteit van autofabrikanten verschoof van absolute perfectie naar kostenbeheersing.
Waar Duitse auto's decennialang synoniem stonden voor kluisdeuren en onverwoestbare materialen, zorgde de toenemende complexiteit van elektronica en de druk op marges voor een kentering. Volgens de analyse zijn er per merk duidelijke hoogtepunten aan te wijzen die als ijkpunt kunnen dienen voor de kwaliteit.
Volkswagen Golf 7 als laatste bastion
Bij Volkswagen wordt de Golf 7 aangewezen als het absolute hoogtepunt in de compacte klasse. De afwerking, de materialen en de techniek waren van een niveau dat destijds de concurrentie op achterstand zette.
Met de komst van de Golf 8 in 2019 werd duidelijk dat er andere keuzes waren gemaakt. Fysieke knoppen verdwenen ten gunste van goedkopere aanraakvlakken en de software bleek in de beginfase een bron van zorg.
De Golf 7 geldt daarmee als de laatste generatie waarin de klassieke Volkswagen-degelijkheid leidend was. Wie nu een betrouwbare tweedehands zoekt, doet er verstandig aan te kiezen voor een model met de doorontwikkelde EA888-turbomotor.
BMW 3-serie E90 en de ingenieurs
In München wordt met name de BMW 3-serie van de generatie E90 (vanaf 2005) geroemd. Hoewel het design destijds polariserend was, wordt de bouwkwaliteit door ingenieurs nog steeds als maatstaf gezien.
De toleranties waren minimaal en de focus lag volledig op mechanische perfectie. Het was een periode waarin de complexiteit van de auto nog net beheersbaar was zonder dat elektronica de overhand kreeg, wat resulteerde in een zeer robuust product.
Vooral in vergelijking met modernere modellen, waar de nadruk ligt op digitale connectiviteit en schermen, voelt de E90 aan als een brok graniet.
Mercedes W124 en W140
Bij Mercedes ligt het zwaartepunt in de jaren 90. De E-Klasse (W124) en de S-Klasse (W140) worden beschouwd als de laatste modellen die zijn ontwikkeld met een onbeperkt budget. De W140 werd zelfs 18 maanden uitgesteld om de V12-motor te perfectioneren.
Met dubbel glas en de introductie van sluitbekrachtiging zette deze auto een standaard die nauwelijks te evenaren was. Latere modellen lieten zien dat ook Mercedes moest buigen voor kostenbesparingen, al herpakte het merk zich later met de facelift van de W211 E-Klasse.
Audi A8 als alternatief hoogtepunt
Ook Audi wordt genoemd in de analyse. De A8 van de generatie D3 (2014-2017) wordt gezien als een absoluut kwaliteitshoogtepunt dat in afwerking en materiaalkeuze zelfs de concurrentie van BMW en Mercedes overtrof.
De standaard V6-diesel in combinatie met vierwielaandrijving wordt beschreven als een aandrijflijn die ook naar huidige maatstaven nog meekomt met de top. Voor de liefhebber van de klassieke Duitse kwaliteit bieden deze specifieke modelgeneraties de beste balans tussen rijplezier en degelijkheid.