De ster van de show: Bugatti Bolide
Het absolute klapstuk is een Bugatti Bolide uit 2024. Dit is de ultieme zwanenzang van de W16-motor: een pure circuitauto zonder compromissen, met 1.578 pk en een gewicht van nog geen 1.450 kilo. Bugatti bouwde er slechts 40.
Dit specifieke exemplaar, uitgevoerd in donkerblauw getint carbon, is afkomstig van de eerste eigenaar en heeft een lachwekkende 77 mijl (123 km) op de teller. De eigenaar was er blijkbaar snel op uitgekeken, of (waarschijnlijker) hij kocht hem puur als investering. De verwachte opbrengst ligt tussen de 4,8 en 5,5 miljoen dollar. Je krijgt er wel een set reservewielen en een helm bij.
De zeldzame Senna en de Pagani
Voor de liefhebber van meer exclusief Brits spul staat er een McLaren Senna GTR ‘LM 25’ by Lanzante. Normaal gesproken is een Senna GTR niet straatlegaal, maar Lanzante bouwde deze om zodat je er gewoon mee naar de supermarkt kunt (als je de drempels overleeft). Het is een absolute 'one-off' ter ere van McLarens Le Mans-overwinning in 1995. Geschatte waarde: 2 tot 2,5 miljoen dollar.
Iets 'goedkoper', maar minstens zo opvallend, is de Pagani Huayra Roadster uit 2017 (nummer 39 van de 100). Afgewerkt in prachtig 'Rosso Dubai' met zichtbaar carbon, en aangedreven door de befaamde AMG V12. Kilometerstand? Slechts 312 mijl. Prijskaartje: rond de 3 tot 3,5 miljoen dollar.
De 7 miljoen dollar LaFerrari
Maar de duurste van het kwartet is verrassend genoeg de oudste. Een Ferrari LaFerrari uit 2015 moet tussen de 6 en 7 miljoen dollar opbrengen. De zwarte hybride-V12 heeft slechts 554 mijl gelopen. Bijzonder detail uit de paperassen: de nieuwprijs in 2015 was iets minder dan 1,5 miljoen dollar. Tel uit je winst.
De veiling in Miami laat wederom zien dat dit soort hypercars tegenwoordig vaker fungeren als aandelenportefeuille dan als auto. Prachtig om naar te kijken, maar eigenlijk zonde dat er nooit echt mee gereden wordt.