In 2019 was de elektrische bus nog een zeldzaamheid in het Europese straatbeeld, met een marktaandeel van slechts twaalf procent. Vandaag de dag is dat beeld volledig gekanteld. Uit de meest recente cijfers van de Europese koepelorganisatie Transport & Environment (T&E) blijkt dat in 2025 maar liefst 60 procent van alle nieuw verkochte stadsbussen in de Europese Unie emissievrij was.
Hiervan was 56 procent batterij-elektrisch en 4 procent aangedreven door een waterstofbrandstofcel. De dieselslurpende stadsbus is daarmee in recordtempo naar de achtergrond gedrongen.
Nederland is de onbetwiste koning van de elektrische bus
Voor wie regelmatig gebruikmaakt van het Nederlandse openbaar vervoer, zal dit nieuws niet als een verrassing komen. Nederland is binnen Europa de absolute koploper in deze transitie. T&E analyseerde de cumulatieve verkopen sinds 2021 en concludeerde dat maar liefst 99,5 procent van alle nieuwe stadsbussen in ons land emissievrij is.
Daarmee verplettert Nederland de Europese doelstellingen en laat het grote markten als Duitsland (waar slechts de helft van de nieuwe bussen emissievrij is) en Frankrijk (42 procent) ver achter zich. Ook buurlanden zoals België en Luxemburg behoren tot de kopgroep met een aandeel van meer dan 90 procent in 2025.
De overheid dwingt, de boekhouder rekent
De verklaring voor deze snelle omschakeling ligt in een combinatie van hard beleid en koude cijfers. Aan de ene kant dwingen Europese richtlijnen en lokale milieuzones vervoersbedrijven om hun vloot te vergroenen.
Een dieselbus mag veel stadscentra simpelweg niet meer in. Aan de andere kant zijn de exploitatiekosten, de zogenaamde Total Cost of Ownership, van een elektrische bus op de lange termijn vaak gunstiger dan die van een dieselbus. De stroom is, zeker in combinatie met grootzakelijke contracten of eigen opwekking, goedkoper dan diesel en de bussen vereisen minder regulier onderhoud.
Zeven jaar voor op schema
Als de huidige groeicurve doorzet, verwacht T&E dat de markt voor nieuwe stadsbussen al in 2028 volledig emissievrij zal zijn. Dat zou betekenen dat deze sector het Europese doel voor 100 procent emissievrije verkoop (oorspronkelijk gepland voor 2035) met zeven jaar verslaat.
De grootste uitdaging voor de komende jaren ligt niet bij de voorlopers zoals Nederland, maar bij de achterblijvers in Oost- en Zuid-Europa, waar de laadinfrastructuur en de financiële middelen voor de relatief dure aanschaf van elektrische bussen nog vaak ontbreken. Spanje blijft bijvoorbeeld steken op 56 procent, terwijl landen als Hongarije nog moeite hebben om de tien procent aan te tikken.