Het moest de reddingsboei worden voor de Europese industrie: de Industrial Accelerator Act. Dit wetsvoorstel van de Europese Commissie is bedoeld om strategische sectoren, waaronder de productie van elektrische auto's en batterijen, een oneerlijk voordeel te geven ten opzichte van concurrenten uit de Verenigde Staten en China. De kern van het plan is protectionisme. Als de wet doorgaat, mogen Europese overheden alleen nog subsidies verstrekken voor auto's die daadwerkelijk in Europa zijn gebouwd.
Strenge eisen voor subsidies en aanbestedingen
Volgens uitgelekte details in de Financial Times stelt de wet keiharde quota. Een elektrische auto komt pas in aanmerking voor overheidssteun of opname in een wagenpark van de overheid, als de assemblage binnen de EU plaatsvindt en minstens 70 procent van de onderdelen een Europese oorsprong heeft.
Dit percentage wordt gemeten op basis van de prijs. Ook de belangrijkste componenten van de batterij, momenteel een absolute Chinese specialiteit, moeten uit Europa komen. Om de productie van betaalbare, kleine EV's aan te jagen, zouden fabrikanten die aan deze eisen voldoen, extra gecompenseerd worden in hun CO2-doelstellingen.
Lidstaten vrezen hogere prijzen en afschrikken investeerders
De presentatie van de wet, gepland voor eind februari 2026, is echter uitgesteld naar maart. De Europese Commissie heeft meer tijd nodig om de neuzen dezelfde kant op te krijgen. Er is namelijk diepe verdeeldheid. Landen als Frankrijk zijn groot voorstander van de regels om hun eigen fabrieken te beschermen.
Andere lidstaten, zoals Zweden en Tsjechië, waarschuwen juist dat het buitensluiten van buitenlandse onderdelen leidt tot hogere prijzen voor de consument en de overheid. Zij vrezen dat deze muur rond Europa investeerders zal afschrikken en de wereldwijde concurrentiepositie van het continent schaadt. Daarnaast eisen veel partijen dat de definitie van Europa wordt opgerekt, zodat ook onderdelen uit het Verenigd Koninkrijk en Turkije meetellen, waar veel fabrieken staan.
Auto-industrie zelf is intern diep verdeeld
De meest opvallende ruzie woedt binnen de auto-industrie zelf. Ola Källenius, CEO van Mercedes-Benz en tevens voorzitter van de Europese autolobby ACEA, geeft ruiterlijk toe dat er geen eenduidig standpunt is.
Voor wereldspelers als Mercedes, BMW en Volkswagen is open handel cruciaal; zij produceren en verkopen miljoenen auto's in China en vrezen vergeldingsacties als Europa de deur dichtgooit.
Voor fabrikanten die zich voornamelijk op de Europese markt richten, zoals Renault, Opel of Peugeot, is een beschermende muur tegen de Chinese prijsvechters juist zeer wenselijk. Totdat deze knoop is doorgehakt, blijft het Europese antwoord op de Chinese dominantie steken in de vergaderzaal.