Achtergrond

Verkoop van elektrische auto's stijgt in Nederland met ruim 140 procent, terwijl grote Europese markten stagneren

De nieuwste Europese autoverkopen schetsen een fascinerend beeld van de markt in januari 2026. Waar de verkoop van elektrische auto's in omringende landen langzaam doorkabbelt, laten de Nederlandse showrooms een gigantische explosie zien. Nergens in Europa worden autokopers zo sterk gestuurd door overheidsbeleid als hier, en dat is terug te zien in een bizar groeipercentage.

ACEA
Europese Unie
Europese auto-industrie
Onderzoek
Hybride auto's
Elektrische auto's
Verkoop van elektrische auto's stijgt in Nederland met ruim 140 procent, terwijl grote Europese markten stagneren

Elke maand publiceert de Europese koepelorganisatie voor autofabrikanten, ACEA, een gedetailleerd overzicht van het aantal nieuw geregistreerde auto's in Europa. Het rapport over januari 2026, traditioneel een belangrijke maand waarin veel auto's op kenteken worden gezet, leest voor de autoliefhebber als een thriller.

De algemene teneur is dat de Europese automarkt stabiliseert met een totale daling van 2,1 procent ten opzichte van een jaar eerder, terwijl de verbrandingsmotor harde klappen oploopt. Maar wie inzoomt op de specificaties per land, stuit op een Nederlandse anomalie die alle logica tart.

Groei van 143 procent staat haaks op Europese realiteit

In de hele Europese Unie steeg de verkoop van batterij-elektrische auto's (BEV) met een respectabele 22,2 procent. Dit lijkt een solide prestatie, tot je de cijfers per lidstaat uitsplitst. In grote automarkten zoals Duitsland en Frankrijk pruttelt de EV-transitie moeizaam door met stijgingen van respectievelijk 4,4 procent en 10,9 procent. Spanje noteert zelfs een groei van nog geen half procent.

En dan is er Nederland. In ons land werden er in de eerste maand van dit jaar 12.839 volledig elektrische auto's op kenteken gezet. Ter vergelijking: in januari van het jaar daarvoor waren dat er nog maar 5.281.

Dat betekent een duizelingwekkende stijging van ruim 143 procent. Geen enkel ander noemenswaardig Europees land komt ook maar enigszins in de buurt van deze cijfers. Het maakt pijnlijk duidelijk hoe scheef de Nederlandse markt in de pas loopt met de rest van het continent.

Den Haag achter het stuur

De reden voor deze krankzinnige Nederlandse uitschieter is uiteraard niet dat we in de plotseling massaal bekeerd zijn tot de elektrische kerk. De oorzaak ligt volledig in het complexe fiscale web van Den Haag.

Nederlandse autokopers en leaserijders worden gestuurd door een mix van veranderende bijtellingsregels, naderende deadlines voor aanschafsubsidies en de dreigende onzekerheid over de wegenbelasting voor auto's met een stekker.

De pieken in de Nederlandse verkoopstatistieken zijn een directe afspiegeling van fiscale vluchtroutes. Mensen bestellen massaal een elektrische auto op het moment dat een fiscale regeling bijna afloopt of juist in werking treedt.

Hybride is de ware koning van Europa

Als we Nederland even buiten beschouwing laten en kijken naar de Europese massa, ontstaat er een ander beeld. De absolute winnaar in het middensegment is momenteel de reguliere, niet-inplugbare hybride auto.

Dit segment, gedomineerd door merken als Toyota, zag het volume in Europa met ruim vijftien procent stijgen. Inmiddels is bijna een derde (31,9 procent) van alle nieuw verkochte auto's in Europa een hybride.

Terwijl de Europese consument massaal afscheid neemt van pure benzine- en dieselauto's (die samen goed zijn voor ruim zeventien procent krimp), durft men de stap naar volledig elektrisch vaak nog niet aan. De hybride blijkt in de praktijk de comfortabele en betaalbare tussenoplossing, zolang je tenminste niet in het fiscale doolhof van Nederland woont.