Nieuws

Waarom Stellantis na een miljardenafschrijving teruggrijpt op diesel (maar niet in Nederland)

Autoconcern Stellantis sluit het jaar af met een historische afschrijving van 22,3 miljard euro op zijn elektrische ambities, wat het bedrijf diep in de rode cijfers drukt. De agressieve push richting een volledig elektrisch aanbod is op de huidige markt onhoudbaar gebleken. Deze financiële dreun dwingt het moederbedrijf van Peugeot, Opel en Fiat tot een radicale verbreding van de koers. Het Stellantis verlies van 2025 leidt tot een opvallende parallelle strategie: de terugkeer van de dieselmotor in Europa. Toch zal de Nederlandse koper daar weinig van merken.

Waarom Stellantis na een miljardenafschrijving teruggrijpt op diesel (maar niet in Nederland)

Het astronomische papieren verlies op de balans is het directe gevolg van een overschatte EV-markt. Stellantis kampte met hoog opgelopen voorraden en moest miljarden afwaarderen op platformen en geannuleerde autoprogramma's.

In de Verenigde Staten verdwijnen milieuregels onder de regering-Trump, en ook in Europa staat de geplande ban op de verbrandingsmotor van 2035 inmiddels op losse schroeven. Dit geeft het concern de politieke ruimte om de eenzijdige stekker-strategie te pauzeren en weer vol in te zetten op oude, vertrouwde techniek.

Een veilige vluchtheuvel zonder Chinese concurrentie

Om deze ommezwaai te verkopen, strooit de fabrikant met termen als 'multi-energy' en claimt het 'keuzevrijheid' te willen bieden aan consumenten. De realiteit is een stuk strategischer. De wederopstanding van de dieselversies van onder meer de Opel Astra, Peugeot 308 en Citroën Berlingo vormt namelijk een zeer effectief wapen tegen de Chinese opmars.

Stellantis probeert de goedkope Chinese EV's weliswaar te bestrijden door zelf het merk Leapmotor in Europa te introduceren, maar zoekt tegelijkertijd een veilige vluchtheuvel. Fabrikanten als BYD en Xpeng bouwen immers geen diesels. Door in dit segment actief te blijven, behoudt Stellantis een afzetmarkt zonder Chinese prijsvechters.

Toch is niet iedereen onder de indruk. Sectoreconoom Rico Luman van ING noemt de diesel-revival tegenover de Volkskrant een "tactisch achterhoedegevecht" in een markt zonder groeipotentieel. Hij wijst erop dat Stellantis sterke wortels heeft in landen als Italië, waar de vraag naar elektrische auto's simpelweg nog altijd dramatisch laag ligt.

Hoe het Haagse beleid de diesel-comeback blokkeert

Wie hoopt binnenkort weer voordelig een nieuwe diesel-Astra bij de Nederlandse dealer te kunnen bestellen, komt bedrogen uit. Waar Stellantis de diesel in Zuid-, Centraal- en Oost-Europa inzet als volumepakker, gaat dit hele offensief aan Nederland voorbij.

De reden is puur financieel: de Haagse realiteit. Door de torenhoge aanschafbelasting (BPM) – die direct gekoppeld is aan de CO2-uitstoot – en de zware maandelijkse wegenbelasting (MRB) voor dieselrijders, prijst een nieuwe zelfontbrander zich in Nederland direct uit de markt.

Een woordvoerder van Stellantis bevestigt dan ook dat de brandstof hier "domweg niet aantrekkelijk" is. Zolang de overheid dit strafbeleid op fossiele brandstoffen hanteert, blijft de diesel hier een niche voor de kilometervreter die bereid is de hoofdprijs te betalen.

Aandeelhouder weifelt over de lange termijn

Hoewel Stellantis in de tweede helft van 2025 de wereldwijde leveringen met 11 procent zag stijgen en de omzet aantrok, reageren beleggers vooralsnog lauw. Het aandeel blijft diep in het rood staan.

De keuze om bestaande dieseltechnologie van de plank te trekken kost nauwelijks ontwikkelingsgeld en brengt op korte termijn broodnodig volume in Zuid- en Oost-Europa. Maar op de lange termijn koopt Stellantis er slechts tijd mee. Uiteindelijk zal het concern de elektrische concurrentiestrijd met de nieuwkomers toch echt moeten winnen, wil het in de rest van Europa relevant blijven.