In de kroegdiscussie over de betrouwbaarste auto ter wereld valt de naam Toyota Corolla steevast binnen de eerste minuut. Graeme Hebley, een krantenbezorger uit Nieuw-Zeeland, levert het ultieme bewijs voor die stelling.
Zijn zevende generatie Corolla stationwagon uit 1993, uitgerust met een 1.8 liter benzinemotor en vierwielaandrijving, rondde onlangs een kilometerstand af die voor de meeste auto's ondenkbaar is. De teller bereikte de grens van twee miljoen kilometer, zonder dat er ooit een complete motorrevisie of vervanging nodig is geweest.
Elke week vijfduizend kilometer rijden
Het verhaal van de auto is op zichzelf al bijzonder. De Corolla werd nieuw verkocht in Groot-Brittannië, maar werd ergens voor de millenniumwisseling verscheept naar Nieuw-Zeeland.
Omdat de combinatie van deze specifieke motor, een handgeschakelde vijfbak en vierwielaandrijving daar nooit officieel is geleverd, is het een lokale zeldzaamheid. Hebley kocht de stationwagon in 2000 met zo'n 80.000 kilometer op de klok, om hem in te zetten voor zijn werk.
Vanaf dat moment begon het echte werk. Zes dagen per week reed de man zijn bezorgroutes over het eiland, goed voor ongeveer 5.000 kilometer per werkweek. Die meedogenloze routine hield hij maar liefst een kwarteeuw vol. Ondanks dit extreme gebruik bleven de aandrijflijn en de versnellingsbak onberispelijk functioneren.
Het geheim van goed onderhoud
De enorme prestatie is niet alleen te danken aan de simpele, onverwoestbare bouwkwaliteit van de atmosferische viercilinder, die met 117 pk een bescheiden en dus slijtvaste afstelling heeft. Het werkelijke geheim zit in het onderhoud.
Waar moderne auto's soms pas na 30.000 kilometer verse olie krijgen, werd de Toyota van Hebley elke twee weken stipt naar de garage gebracht voor een oliewissel. In totaal heeft de auto sinds de aanschaf in het jaar 2000 bijna 600 onderhoudsbeurten ondergaan.
Slijtagedelen zoals de distributieriem werden proactief elk jaar vervangen. Remmen, banden en wielophanging kregen continu aandacht, waardoor problemen in de kiem werden gesmoord voordat ze konden uitgroeien tot dure reparaties.
Waar autofabrikanten bij dit soort kilometerstanden vaak de drang voelen om de auto terug te kopen voor in hun museum, rijden de Nieuw-Zeelander en zijn Japanse pakezel voorlopig gewoon rustig verder.