Nieuws

Nederlandse ondernemer blijft trouw aan diesel: run op jonge occasions

Hoewel de dieselmotor bij de gemiddelde particulier in rap tempo uit het straatbeeld verdwijnt, is de brandstof op de zakelijke markt nog altijd de standaard. Ruim negentig procent van alle Nederlandse bedrijfsauto's is momenteel een zelfontbrander. Daarbij is een duidelijke run ontstaan op jonge occasions om naderende belastingen te omzeilen.

Nick ter Arkel
Nederlandse ondernemer blijft trouw aan diesel: run op jonge occasions

Het contrast tussen particulieren en ondernemers

Uit een data-analyse van RDW-gegevens, uitgevoerd door platform Regeljelease.nl, komt een scherp contrast naar voren. Waar het dieselaandeel bij personenauto's is teruggelopen tot slechts 6,5 procent, draait het bedrijfsleven nog volop op de vertrouwde brandstofpomp. Maar liefst 91,3 procent van alle bedrijfswagens in Nederland rijdt op diesel. De elektrische bedrijfswagen is met een landelijk aandeel van 3,9 procent vooralsnog een zeer kleine speler.

Volgens de opstellers van het onderzoek is dit verschil een simpele, pragmatische afweging. Voor ondernemers die dagelijks zwaar beladen de weg op moeten, is de elektrische bus vaak simpelweg geen werkbaar alternatief. Naast een beperktere actieradius ten opzichte van diesel, vreet het zware accupakket van een elektrische bus vaak een aanzienlijk deel van het laadvermogen op.

De occasion als wettelijke vluchtweg

De overheid vergroot de druk om ondernemers richting elektrisch te dwingen. Dit gebeurt onder meer door de invoering van zero-emissiezones in binnensteden en het afschaffen van de BPM-vrijstelling op nieuwe bestelauto's met een verbrandingsmotor per 2025. Dit beleid resulteert volgens het leaseplatform direct in een run op jonggebruikte dieselbussen.

Sem Smeenk, oprichter van Regeljelease.nl, legt uit waarom de bouwvakker en pakketbezorger hier massaal voor kiezen: "Deze bussen zijn momenteel de meest gezochte tussenoplossing. Bussen van vóór 2025 hebben namelijk nog BPM-vrijstelling voor ondernemers. Daarnaast mogen deze dieselwagens nog tot 2028 of 2029 de binnensteden in, afhankelijk van de emissieklasse. Zo kopen ondernemers wat extra tijd voordat ze de definitieve overstap naar elektrisch moeten maken."

De frustratie op de zakelijke markt zit hem volgens Smeenk dan ook in het gebrekkige aanbod van emissievrije alternatieven. "We moeten eerlijk zijn: er zijn nog te weinig betaalbare elektrische bussen met een serieuze actieradius en genoeg trekkracht. Dat is precies waarom veel ondernemers nu nog snel een jonge dieselbus aanschaffen om de komende jaren vooruit te kunnen."

Regionale dieselbolwerken

Wanneer wordt ingezoomd op de landelijke data, blijken ondernemers nagenoeg overal in Nederland eensgezind: in vrijwel alle gemeenten ligt het percentage zakelijke dieselbussen strak boven de negentig procent.

Bij particuliere personenauto's is de diesel in de Randstad daarentegen vrijwel uitgefaseerd, terwijl de brandstof in het noorden wezenlijk populairder blijft. In Friese gemeenten zoals De Fryske Marren en Achtkarspelen rijdt momenteel nog 15,8 procent van de particulieren in een diesel. Ook in de Drentse gemeente Westerveld ligt dit percentage met 14,3 procent ruim boven het landelijk gemiddelde. De grotere rijafstanden en een dunner gezaaid laadnetwerk in deze regio's houden de diesel daar langer in het zadel.