Het is de grootste frustratie bij elke tankbeurt. Een drone-aanval in het Midden-Oosten is nog niet voorbij, of de liters Euro 95 worden pijnlijk duurder. Maar als de olieprijzen wekenlang dalen, lijkt de teller op de lokale pomp vast te kleven op het toptarief.
Om dit fenomeen te begrijpen, moeten we eerst kijken naar de opbouw van de benzineprijs. De ruwe olie (de kale productprijs) beslaat slechts een kleine 40 procent van de prijs die jij betaalt. De rest is een combinatie van marges (ongeveer 8 procent) en een gigantische berg belastingen (accijns en btw), die samen meer dan de helft van de literprijs bepalen.
De raket: angst is duur
De razendsnelle prijsstijging, de raket, wordt bijna volledig gedreven door speculatie en angst. Olie wordt verhandeld op een internationale beurs via contracten voor toekomstige leveringen.
Bij geopolitieke spanningen vrezen handelaren dat het aanbod stokt en kopen ze massaal in. Deze angst-gedreven prijsstijging op de wereldmarkt wordt vrijwel direct, zonder enige logistieke vertraging, doorberekend in de literprijs bij jouw tankstation. Je betaalt dus vandaag voor de angst van morgen.
Het veertje: waarom de prijs weigert te dalen
Als de paniek op de beurs verdwijnt en de inkoopprijs daalt, blijft de prijs aan de pomp echter kunstmatig hoog. Oliemaatschappijen schuilen vaak achter het argument van oude, dure voorraden.
De brandstof in de tank onder het station is immers weken geleden duur ingekocht, zo redeneren zij. Dat is deels waar, maar de Autoriteit Consument & Markt (ACM) prikt daar doorheen. Het echte probleem is de marktwerking en onze eigen psychologie.
De brandstofmarkt in Nederland wordt gedomineerd door een klein aantal grote spelers. Hoewel er geen sprake is van illegale prijsafspraken, houden concurrenten elkaar strak in de gaten.
Ze verhogen de prijzen allemaal razendsnel om de marge te pakken, maar wachten vervolgens zo lang mogelijk met verlagen. De pomphouder om de hoek wil simpelweg niet als eerste zijn winstmarge opofferen in een neerwaartse prijsoorlog. Uit onderzoek blijkt dat een daling van de olieprijs met één cent per liter, aan de pomp vaak resulteert in een prijsverlaging van nog geen tiende van een cent.
We zijn zelf deels schuldig
Het pijnlijkste is dat we dit systeem zelf in stand houden. Uit gedragsonderzoek blijkt dat consumenten veel alerter zijn bij stijgende prijzen. Zodra de benzine duurder wordt, zoeken we actief naar goedkopere tankstations en rijden we om voor korting.
Dit zet druk op de markt. Maar zodra de prijzen langzaam dalen, ebt onze aandacht weg. We accepteren de hoge prijs omdat we hem inmiddels gewend zijn. Omdat wij niet meer klagen en omrijden, voelen de oliemaatschappijen geen enkele druk om de prijsdaling direct aan ons door te geven.
En de politiek? Die kijkt weg. In Den Haag gaat de discussie rondom brandstof uitsluitend over het verhogen of verlagen van de accijnzen. Het complexe en voor de consument nadelige marktmechanisme van het rocket and feather-effect wordt door de overheid volledig met rust gelaten. Tot die tijd blijf jij betalen voor de vertraging.