Het Formule 1-seizoen van 2026 markeert de start van een compleet nieuw reglement. De auto's leunen vanaf dit jaar voor liefst vijftig procent op elektrisch vermogen uit een accupakket, gecombineerd met de bekende verbrandingsmotor. Waar een coureur vorig jaar nog zo'n 140 liter brandstof mocht meenemen voor een race, is die tankinhoud dit jaar gehalveerd tot 70 liter. De rest van de benodigde energie moet puur uit de batterij komen.
Die halvering van de tankinhoud betekent echter niet dat de teams goedkoper uit zijn. Integendeel. Omdat de Formule 1 heeft besloten dat alle auto's vanaf dit seizoen op 100 procent duurzame brandstof moeten rijden, zijn de kosten letterlijk ontploft. "Benzine wordt niet meer gemaakt in een raffinaderij, maar in een laboratorium," legde Olav Mol uit aan tafel bij Wilfred Genee. "Het kost 800 euro per liter." Een volle tank van zeventig liter kost een Formule 1-team dit jaar dus ruim 56.000 euro.
De onthulling van dit astronomische bedrag zorgde voor grote hilariteit en verbazing bij de heren van Vandaag Inside. Johan Derksen noemde het bedrag 'onbetaalbaar', waarop René van der Gijp lachend insprong op de huidige politieke realiteit: "Nou, als die Trump nog even doorgaat, gaan wij dat ook betalen!"
Het doel van de extreme prijs
Hoe absurd dat prijskaartje van 800 euro per liter ook klinkt voor een reguliere automobilist, er zit wel degelijk een gedachte achter. Volgens Mol is het de klassieke wet van innovatie: pionieren is simpelweg peperduur. De complexe, duurzame brandstof moet een blauwdruk vormen voor de toekomst van de reguliere verbrandingsmotor.
"Het is duurzame brandstof, daarom is het nu nog heel duur," verduidelijkte Mol de situatie. "Dat is met heel veel dingen die nieuw zijn. Over tien jaar is het allemaal schoner en wordt het hopelijk voor een normaler bedrag verkocht, zodat het in jouw tank terechtkomt." Tot die tijd blijft het een exclusief privilege voor de teams met de diepste zakken, waarbij fabrikanten als Ferrari, Mercedes en Red Bull hele laboratoria inzetten om de duurzame brandstof te optimaliseren.
De impact op Max Verstappen
Naast de brandstofprijzen besprak Mol ook de invloed van de nieuwe reglementen op de rijstijl van de coureurs. De analist vreest dat de nieuwe auto's dusdanig complex zijn qua energiemanagement (het opladen en ontladen van de batterij) dat er 'weinig auto's de race zullen uitrijden'. Volgens Mol verandert de coureur steeds meer in een 'controller' en een 'schakeltechnicus', in plaats van een pure racer.
Voor de Nederlandse hoop, Max Verstappen, lijkt die shift naar de virtuele wereld overigens geen enkel probleem. "Ik denk dat Verstappen daar best goed mee wegkomt, omdat hij natuurlijk altijd in die simulatoren zit," stelde Mol. "Heeft hij een race gereden, dan zit hij 's nachts om 3 uur op zijn simulator en daar is het ook allemaal aanpassen en snel dit en snel dat. Anderen hebben daar misschien wel wat meer moeite mee."