Achtergrond

Brandstofcrisis dwingt Cubaan om zijn piepkleine Fiat op houtskool te laten rijden

De aanhoudende oliecrisis en de dagelijkse stroomuitval in Cuba dwingen de bevolking tot drastische en creatieve maatregelen. Een lokale uitvinder heeft zijn bejaarde Fiat Polski getransformeerd tot een rijdende gasfabriek. Omdat er bij de benzinepomp simpelweg niets meer te halen valt, rijdt dit communistische scheurijzer uit de jaren zeventig inmiddels volledig op de verbranding van houtskool.

Jesper Penninga
Fiat
Verbrandingsmotor
Innovatie
benzine
Brandstofcrisis dwingt Cubaan om zijn piepkleine Fiat op houtskool te laten rijden

Nood breekt wet, en nergens ter wereld is dat spreekwoord zo actueel als in Cuba. Het land kampt momenteel met een extreme brandstofschaarste, mede veroorzaakt door het dichtdraaien van de kraan door internationale bondgenoten en een strikt embargo. De tankstations zijn leeg, het openbaar vervoer ligt plat en de bevolking moet massaal improviseren om van A naar B te komen.

De Cubaan Juan Carlos Pino besloot het gebrek aan benzine niet lijdzaam af te wachten en greep terug naar een stukje vergeten autogeschiedenis. Hij bouwde zijn piepkleine Polski Fiat 126p om met behulp van een zogeheten houtgasgenerator. Deze indrukwekkende en ietwat roestige installatie achterop de auto zet vaste brandstof, in dit geval simpelweg houtskool, om in een brandbaar gasmengsel.

Het Poolse communistische antwoord op de Amerikaanse sleeën

Dat de uitvinder juist een Fiat Polski 126p (lokaal bekend als de 'Polaquito') gebruikt voor dit project, is geen toeval. Wie aan Cuba denkt, ziet doorgaans direct beelden voor zich van gigantische Amerikaanse sleeën uit de jaren vijftig.

De werkelijkheid op de weg wordt echter grotendeels gedomineerd door Lada's en deze piepkleine Poolse Fiats. Vanaf de jaren zeventig werden er naar schatting tienduizend stuks vanuit het communistische Polen naar de eilandstaat verscheept. Nu verschijnen er ook steeds meer Chinese auto's op het eiland.

Deze compacte en technisch uiterst simpele autootjes, voorzien van een piepkleine tweecilinder motor achterin, bleken de perfecte, goedkope werkpaarden voor de Cubaanse bevolking.

Ze zijn relatief zuinig en gemakkelijk te onderhouden, wat cruciaal is in een land waar originele reserveonderdelen nauwelijks te krijgen zijn. Dat deze robuuste basis nu een complete verbrandingsinstallatie op zijn achterbumper draagt, bewijst de ongekende veelzijdigheid van het ontwerp.

Techniek uit de Tweede Wereldoorlog biedt redding

Hoewel het bouwsel achterop de kleine Fiat eruitziet als een levensgevaarlijk brouwsel van stalen tanks en slangen, is het principe van de gasgenerator een bewezen technologie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen benzine in Europa extreem schaars was, reden honderdduizenden auto's met een soortgelijke installatie rond.

Het proces is in theorie betrekkelijk eenvoudig. De houtskool wordt in de afgesloten stalen reactor verbrand met een zeer beperkte toevoer van zuurstof. Dit onvolledige verbrandingsproces creëert een mix van gassen, hoofdzakelijk koolmonoxide en waterstof.

Dit zogeheten synthesegas wordt vervolgens gefilterd, gekoeld en direct de motor ingespoten. Hierdoor kan de originele verbrandingsmotor van de Fiat blijven functioneren zonder ook maar één druppel schaarse en dure benzine te verbruiken.

Prestatieverlies en het risico op vergiftiging

De oplossing is geniaal in zijn eenvoud, maar kent wel de nodige technische nadelen en flinke veiligheidsrisico's. De originele tweecilindermotor van de Fiat levert op benzine al geen wereldschokkende prestaties, maar op houtgas verliest een motor doorgaans tussen de dertig en vijftig procent van zijn vermogen. De kans op een snelheidsbekeuring in Havana is hiermee direct gereduceerd tot nul.

De grootste zorg rondom deze rijdende barbecue is echter de veiligheid van de inzittenden. Het geproduceerde koolmonoxide is een extreem giftig, kleurloos en reukloos gas. Een kleine lekkage in het leidingwerk of bij de cilinders kan ervoor zorgen dat het gas de cabine binnendringt, wat binnen enkele minuten tot zware vergiftiging of erger leidt bij de bestuurder.

Daarnaast bereikt de stalen reactor waarin de houtskool smeult temperaturen van rond de duizend graden Celsius. Zonder adequate isolatie is de kans op brand achterop de auto reëel. Desondanks bewijst deze pruttelende Fiat de absolute overlevingsdrang van de Cubaanse bevolking in tijden van extreme crisis.