Het begon allemaal in 2015 toen de Amerikaanse toezichthouders ontdekten dat Volkswagen op grote schaal fraudeerde met emissietests. De Duitse autobouwer had miljoenen dieselauto's voorzien van illegale software. Deze slimme sjoemelsoftware herkende wanneer de auto op een testbank stond en stelde de motor op dat moment zo schoon mogelijk af.
Zodra de auto de weg op ging, schakelde de software de milieusystemen uit en stootte het voertuig in de praktijk tot wel veertig keer meer vervuilende stikstofoxiden uit dan wettelijk was toegestaan.
Toen deze mondiale fraude aan het licht kwam, werd het concern door de Amerikaanse overheid en rechters gedwongen tot het opzetten van een massaal en peperduur opkoopprogramma. Eigenaren kregen de optie om hun vervuilende dieselauto direct terug te verkopen aan de fabrikant.
Een logistieke nachtmerrie van honderdduizenden voertuigen
De Amerikaanse autokopers maakten massaal gebruik van deze regeling. Volkswagen zat plotseling opgescheept met ruim 350.000 auto's die zij wettelijk niet mochten verkopen totdat de emissiesystemen waren aangepast en goedgekeurd door de strenge Amerikaanse milieudiensten. Dit creëerde een ongekend opslagprobleem voor het bedrijf.
Het concern moest op zoek naar gigantische, goedkope lappen grond om deze stroom aan auto's te parkeren. Ze huurden onder meer een verlaten voetbalstadion in Detroit en een voormalige papierfabriek in Minnesota. De meest beruchte en visueel indrukwekkende opslaglocatie werd echter een uitgestrekt terrein in de snikhete Mojavewoestijn nabij Victorville, Californië.
Technisch onderhoud in het woestijnzand
De keuze voor dit woestijnklimaat was een uiterst bewuste strategische beslissing van het hoofdkantoor. De extreem droge buitenlucht in dit gebied functioneert als een natuurlijke barrière tegen roest en corrosie. Hierdoor bleef het metaal van de tienduizenden geparkeerde auto's in optimale conditie.
Hoewel de uitgestrekte parkeerplaatsen er vanuit de lucht uitzien als een definitief autokerkhof, was de realiteit anders. Volkswagen had fulltime onderhoudsploegen in dienst op de immense parkeerplaatsen.
Monteurs moesten de auto's regelmatig starten, verplaatsen en de accu's controleren. Het doel was immers om de voertuigen na de verplichte software- en hardware-updates alsnog als gekeurde occasions op de Amerikaanse automarkt te dumpen. Inmiddels zijn de meeste voertuigen aangepast en doorverkocht, of door de shredder gehaald omdat ze te oud of onherstelbaar bleken.