De Duitse automobilist is momenteel niet te spreken over de tarieven bij het lokale tankstation. Door de oorlog in Iran is de prijs voor een liter Super E10, vergelijkbaar met de Nederlandse Euro95, bij onze oosterburen de grens van twee euro ruim gepasseerd. Volgens recente cijfers van de Duitse automobielclub ADAC betaalt de Duitser momenteel gemiddeld 2,09 euro voor een liter benzine en ruim 2,23 euro voor een liter diesel.
Voor Duitse begrippen zijn dit historische en schokkende tarieven die dagelijks de regionale voorpagina's domineren. De krant Nordkurier besloot de extreme prijzenstijging in perspectief te plaatsen door de actuele tarieven van alle aangrenzende Europese landen op een rij te zetten. De conclusie van hun overzicht is voor de Duitser verhelderend en voor de Nederlander pijnlijk herkenbaar. Duitsland is stervensduur, maar in Nederland lopen de prijzen pas echt de spuigaten uit.
Nederland is het enige buurland waar tanken nóg duurder is
De Duitse journalisten keken met lichte verbazing naar de actuele cijfers voor de Nederlandse markt. Waar zij steen en been klagen over een literprijs van 2,09 euro, noteert de Nederlandse pomp vandaag een landelijk gemiddelde van ruim 2,44 euro voor Euro95 en bijna 2,49 euro voor een liter diesel. De krant concludeert nuchter dat Nederland momenteel het enige buurland is waar de automobilist financieel nog zwaarder wordt aangeslagen dan in Duitsland zelf.
De contrasten met andere grenzende landen maken de Nederlandse en Duitse situatie extra inzichtelijk. In Oostenrijk tankt de automobilist momenteel voor net geen anderhalve euro per liter. In het belastingvriendelijke Luxemburg betaalt de consument 1,52 euro voor benzine en 1,69 euro voor diesel. Zelfs in landen als Frankrijk en België, waar de prijzen door de internationale crisis eveneens flink zijn gestegen, blijven de tarieven ruimschoots onder de harde grens van twee euro steken.
Extreem hoge accijnzen bepalen het grote verschil aan de pomp
De gigantische prijsverschillen in Europa worden uiteraard niet veroorzaakt door de ruwe olieprijs zelf, want die is op de wereldmarkt voor ieder land gelijk. Het wezenlijke verschil op de kassabon wordt uiterst lokaal bepaald door het beleid van de nationale overheden.
Nederland heft van alle onderzochte Europese landen veruit de hoogste accijnzen en voegt daar bovendien nog een forse schep btw aan toe. Zolang het huidige kabinet stellig weigert om in te grijpen en deze belastingen aan de pomp tijdelijk te verlagen, blijft Nederland met ongekende afstand de eenzame koploper op de Europese ranglijsten voor dure brandstof.