Nieuws

Ondernemingsraden BMW en Porsche uiten felle kritiek op Europees subsidiebeleid

De auto-industrie in de Duitse regio Leipzig vormt met tienduizenden werknemers een economisch zwaartepunt voor Porsche en BMW. Hoewel beide fabrieken historisch gezien succesvol opereren, maken de ondernemingsraden zich nu hardop zorgen. In een gezamenlijk betoog uiten de fabrieksvoormannen felle kritiek op de hoge Duitse energiekosten en de aankomende Europese subsidieregels, die de productie van hun modellen in de regio direct bedreigen.

Nick ter Arkel
Duitse auto-industrie
Ondernemingsraden BMW en Porsche uiten felle kritiek op Europees subsidiebeleid

Sinds de eeuwwisseling hebben beide fabrikanten stevig geïnvesteerd in de regio. Volgens de Leipziger Volkszeitung werken er momenteel 12.000 mensen in de directe autoproductie bij BMW en Porsche, aangevuld met nog eens 9.000 banen bij omliggende logistieke dienstverleners. De fabrieken wisten zich destijds te vestigen dankzij flexibele arbeidsovereenkomsten met de vakbond IG Metall, wat resulteerde in de productie van onder meer de BMW 1-Serie en de Porsche Macan.

Ondanks deze basis staat de industrie momenteel onder druk. Waar BMW een goede bezettingsgraad noteert, wordt Porsche geconfronteerd met teruglopende winsten en een besparingsprogramma, wat inmiddels heeft geleid tot het afstoten van tijdelijk personeel. Om de werkgelegenheid te garanderen, vechten de raden momenteel voor de toewijzing van nieuwe (elektrische) productiemodellen aan de fabrieken.

Brusselse regels nekken Duitse productie

De grootste frustratie van de ondernemingsraden richt zich op het Europese beleid. Jens Köhler, voorman bij BMW, bekritiseert de plannen rondom de nieuwe voertuigcategorie M1E. Brussel wil via deze regeling specifiek de verkoop van kleine, puur elektrische auto's met een maximale lengte van 4,20 meter bevorderen.

Deze strikte maatvoering sluit de in Leipzig geproduceerde BMW 1-Serie (4,35 meter) en de elektrische MINI Countryman (4,44 meter) direct uit van deze specifieke stimulering. Volgens Köhler negeert deze regelgeving de realiteit van de consument, omdat juist deze compacte modellen fungeren als ideale gezinsauto. Hij pleit ervoor dat de politiek het budget niet in directe aankoopsubsidies steekt, maar uitsluitend in laadinfrastructuur en betaalbare laadtarieven.

Toeleveranciers Porsche en BMW in gevaar

Daarnaast uiten de fabrieken grote zorgen over de lokale toeleveringsketen. De transformatie van onderdelen voor verbrandingsmotoren naar EV-componenten vergt zware investeringen. Omdat reguliere banken huiverig zijn om deze transitie te financieren, of dit enkel doen tegen hoge rentes, dreigt er een faillissementsgolf onder de toeleveranciers in de regio Saksen.

Als de lokale overheid niet met goedkopere garantiekredieten over de brug komt, waarschuwt Köhler dat de productie verschuift naar oost-Europa. Ook bij Porsche klinkt onvrede, specifiek gericht op de hoge Duitse industriële stroomprijzen die de concurrentiepositie van het merk ondermijnen. De boodschap vanuit Leipzig is helder: zonder politiek besef staat het Duitse industriële succesverhaal onder zware druk.