Nieuws

Dieselbus verliest prijsvoordeel: ondernemer betaalt de rekening

De tijd dat diesel de standaardkeuze was voor een lage kilometerprijs lijkt voorbij. Door stijgende prijzen aan de pomp zijn de brandstofkosten voor een gemiddelde dieselbus met ruim 550 euro per jaar toegenomen. Omdat diesel nu per liter duurder is dan benzine, is het befaamde omslagpunt voor veel ondernemers momenteel onbereikbaar.

Nick ter Arkel
Dieselprijs
brandstofkosten
Dieselbus verliest prijsvoordeel: ondernemer betaalt de rekening

Volgens cijfers van financial leaseplatform Regeljelease.nl kostte diesel begin dit jaar gemiddeld €1,63 (excl. btw), maar is dat bedrag inmiddels gestegen naar €2,04 per liter. Voor een zzp’er die jaarlijks zo’n 16.000 kilometer aflegt met een verbruik van 1 op 12, resulteert dit in een directe extra kostenpost van 551 euro op jaarbasis. Dit zijn netto euro's die simpelweg verdampen in de verbrandingskamer.

Normaal gesproken compenseert de lagere literprijs de hogere wegenbelasting (mrb) voor dieselvoertuigen, maar die balans is nu weg. Omdat diesel duurder is geworden dan benzine, verdwijnt het financiële voordeel van de zelfontbrander volledig. De extra lasten worden hierdoor vaker direct doorberekend in de tarieven van de vakman aan de eindklant.

Ruim 91 procent van de ondernemers houdt vast aan diesel

Ondanks de stijgende exploitatiekosten blijft de Nederlandse ondernemer kiezen voor diesel. Uit RDW-data blijkt dat 91,3% van de bestelbussen in Nederland een dieselmotor heeft, terwijl dit bij personenauto’s nog maar 6,5% is. Vooral in regio’s als Friesland en Drenthe blijft de diesel populair vanwege de grotere rijafstanden en een minder fijnmazig laadnetwerk.

De voorkeur voor diesel is vaak een praktische afweging. Voor zwaar beladen bussen die vaak een aanhanger trekken, voldoet het huidige elektrische aanbod nog niet aan de eisen wat betreft trekvermogen en actieradius. Elektrische bussen blijven mede hierdoor steken op een landelijk marktaandeel van een schamele 3,9%.

Ondernemers wijken uit naar jonge occasions voor BPM-vrijstelling

Ondernemers zoeken hun heil momenteel in jonggebruikte bussen van vóór 2025. Deze wagens vallen nog onder de oude BPM-vrijstelling, wat een aanzienlijk prijsverschil oplevert vergeleken met nieuwe modellen. Bovendien bieden deze diesels nog toegang tot zero-emissiezones in de steden tot 2028 of 2029.

Terwijl partijen uit de sector wijzen op de hoge accijnsdruk in vergelijking met buurlanden, blijft de politieke realiteit voorlopig ongewijzigd. Ondernemers zitten klem tussen hoge brandstofprijzen en een transitie naar elektrisch rijden die voor velen technisch nog niet haalbaar is. De focus ligt daarom op het rekken van de levensduur van de huidige dieselvloot.