Achtergrond

Waarom veel mensen de autoradio zachter zetten tijdens het inparkeren

Het is een voor velen herkenbaar fenomeen. Je nadert een krap parkeervak of een onbekende straat en instinctief draai je het volume van de radio omlaag. Wetenschappelijk onderzoek toont nu aan dat dit automatische gedrag geen teken is van onzekerheid maar juist een essentieel overlevingsmechanisme van ons brein.

Jesper Penninga
Parkeren
Waarom veel mensen de autoradio zachter zetten tijdens het inparkeren

Veel automobilisten kennen het moment waarop een lastige manoeuvre moet worden uitgevoerd. De achteruitversnelling wordt ingeschakeld en onbewust gaat de hand direct naar de volumeknop van de radio.

Hoewel het geluidsniveau fysiek geen enkele invloed heeft op de besturing of het zicht door de ramen blijkt uit onderzoek dat bestuurders het volume in zulke situaties al snel met 20 tot 40 procent verlagen.

Dit instinctieve gedrag is volgens verkeerspsychologen en neurowetenschappers een uiting van geavanceerde zelfregulatie. Het menselijk brein heeft een strikt beperkte capaciteit voor het gelijktijdig verwerken van informatie. Wanneer een taak zoals inparkeren maximale concentratie eist dwingen de hersenen ons om onnodige prikkels te elimineren.

Het conflict in het werkgeheugen bij complexe rijtaken

De wetenschap verklaart dit fenomeen via de theorie van cognitieve belasting. Op een rustige en eentonige snelweg kan de radio juist helpen om de bestuurder alert te houden en verveling te voorkomen.

De rijtaken zijn op dat moment grotendeels geautomatiseerd waardoor er voldoende mentale ruimte over is om naar muziek of een podcast te luisteren. Zodra de omgeving echter complexer wordt ontstaat er een conflict in het werkgeheugen.

Bij het achteruit inparkeren moeten de hersenen gefragmenteerde tweedimensionale beelden uit 3 verschillende spiegels razendsnel omzetten in een kloppend driedimensionaal model van de omgeving. Dit vereist zoveel rekenkracht van het centrale zenuwstelsel dat het brein besluit om het auditieve kanaal te negeren.

De functionele noodzaak van auditieve stilte

Naast de beperkte denkkracht speelt ook de opmars van moderne voertuigtechnologie een belangrijke rol in dit verhaal. Veel hedendaagse veiligheidssystemen zoals parkeersensoren en dodehoekwaarschuwingen communiceren via akoestische signalen.

Een luide radio kan deze cruciale pieptonen overstemmen waardoor het dempen van de muziek een bittere noodzaak is geworden om brokken te voorkomen. Dit verschijnsel wordt in de akoestiek maskering genoemd waarbij een hard geluid een zachter maar belangrijker signaal onhoorbaar maakt. Door het volume proactief te verlagen zorgt de bestuurder ervoor dat de feedback van de auto direct en ongehinderd binnenkomt.

Cognitieve training en de rol van rijhulpsystemen

Toch waarschuwen vooraanstaande neuropsychologen zoals Erik Scherder dat we niet volledig op deze elektronische hulpmiddelen moeten vertrouwen. Het zelfstandig inschatten van afstanden en het ruimtelijk oplossen van een parkeerprobleem vormt een uitstekende training voor het brein.

Wanneer we alle beslissingen overlaten aan cameras en sensoren worden onze hersenen op de lange termijn cognitief lui. Het bewust uitschakelen van de radio om je vervolgens vol op de manoeuvre te concentreren helpt volgens wetenschappers dan ook om onze cognitieve reserve op peil te houden. Het is een moment van opperste inspanning die de mentale vitaliteit ten goede komt.