Afgelopen december verraste de Europese Commissie vriend en vijand met een nieuw voorstel voor de toekomst van de auto industrie. Onder zware druk van autofabrikanten werd de eis om de uitstoot in 2035 met 100 procent te verlagen teruggeschroefd naar 90 procent. Dit betekent in de praktijk dat voertuigen met een verbrandingsmotor ook na dat jaartal nog verkocht mogen worden mits ze hybride zijn of op biobrandstoffen rijden. Tijdens een recente bijeenkomst in Brussel bleek echter dat dit compromis voor een enorme verdeeldheid zorgt onder de lidstaten. Eurocommissaris Wopke Hoekstra verdedigde het plan als robuust en pragmatisch maar de meningen aan de overlegtafel liepen sterk uiteen.
De roep om technologische neutraliteit en concurrentiepositie
Aan de ene kant van het spectrum bevinden zich grote autolanden zoals Duitsland en Italië. Zij eisen dat Brussel het principe van technologische neutraliteit respecteert en niet uitsluitend inzet op de elektrische auto. Deze landen willen de deur wagenwijd openhouden voor synthetische brandstoffen en e fuels om zo de concurrentiepositie van hun eigen industrie te beschermen in de mondiale markt. Ook Frankrijk steunt het plan voor meer flexibiliteit maar voegt daar de nadrukkelijke wens aan toe om Europese fabrikanten voorrang te geven in de gehele toeleveringsketen. De Franse regering ziet de elektrische auto nog steeds als de kern van de mobiliteit maar wil tegelijkertijd hybride oplossingen de ruimte geven.
Centraal Europa eist nog meer financiële en strategische speelruimte
Binnen het kamp dat voorstander is van versoepeling klinken ook nog extremere geluiden. Landen als Tsjechië en Hongarije gaan namelijk nog een flinke stap verder dan de grote westerse autolanden. De regering in Praag pleit ervoor om de traditionele verbrandingsmotor nog veel langer te behouden dan de huidige deadline toelaat. Zij beschouwen het huidige plan als onhaalbaar voor de gemiddelde consument. Boedapest eist op zijn beurt aanzienlijk meer Europese financiering voor de ontwikkeling van duurzame brandstoffen en wil dat de immense druk op de autofabrikanten drastisch wordt verlaagd.
Weerstand vanuit voorstanders van het elektrische beleid
Aan de andere kant is er een felle tegenbeweging ontstaan vanuit landen die de gestelde klimaatdoelen koste wat kost willen handhaven. Spanje spreekt zich bij monde van vertegenwoordiger Oriol Escalas openlijk uit tegen het afzwakken van de doelen en noemt de continue flexibilisering van het vastgestelde beleid buitengewoon zorgwekkend. Ook Zweden verzet zich stevig tegen het nieuwe voorstel. Volgens de Zweedse delegatie zorgt het constant aanpassen van de regels voor grote onzekerheid op de markt wat investeerders direct afschrikt. Nederland voegt zich nadrukkelijk bij deze kritiek en waarschuwt dat het gebrek aan een duidelijke strategie voor één specifieke technologie de investeringskosten voor de hele sector onnodig opjaagt omdat kapitaal nu versnipperd raakt.