De brandstofprijzen blijven stijgen door de aanhoudende onrust in het Midden-Oosten. Het kabinet staat onder zware druk vanuit de Tweede Kamer om snel in te grijpen, zeker nu omliggende landen de prijzen al kunstmatig laag houden.
Toch trapt de overheid vooralsnog op de rem, in afwachting van de verdere marktontwikkelingen. Maar wat kan Den Haag eigenlijk doen om de automobilist te compenseren en hoeveel euro scheelt dat op een volle tank? We zetten de drie belangrijkste politieke routes op een rij.
Optie 1: De accijns en btw verlagen
De meest directe manier om de literprijs te laten dalen, is het verlagen van de accijns of btw. Landen als Spanje en Italië doen dit al, wat de prijs daar direct met 25 tot 40 cent per liter drukt. In Nederland ligt een plan klaar om de geplande accijnsverlaging naar voren te halen. Bij een volle tank van 50 liter levert dit de automobilist al snel een directe besparing van 15 euro op.
De keerzijde is dat deze maatregel peperduur is voor de overheid. Een accijnsverlaging van 10 cent kost de Nederlandse schatkist ongeveer 1 miljard euro per jaar. Bovendien waarschuwt De Nederlandsche Bank dat dit financiële voordeel ook terechtkomt bij mensen met een hoog inkomen die de steun helemaal niet nodig hebben.
Optie 2: Een prijsplafond invoeren
Verschillende oppositiepartijen pleiten voor een keihard prijsplafond, vergelijkbaar met het huidige systeem in België. Hierbij stelt de overheid wettelijk een maximumprijs vast. Het grote verschil met een accijnsverlaging is dat niet de belastingbetaler, maar de oliemaatschappij de rekening betaalt door een deel van de winstmarge in te leveren.
In België kost een liter benzine door dit plafond momenteel maximaal 1,86 euro. Dit systeem biedt de consument veel meer stabiliteit en zekerheid aan de pomp. Het nadeel is echter dat het politiek en juridisch zeer complex is om een dergelijk mechanisme op korte termijn in Nederland op te tuigen.
Optie 3: Een noodfonds voor lage inkomens
Het kabinet kijkt momenteel vooral naar de lange termijn door te werken aan een nieuw noodfonds voor energie. Dit is specifiek gericht op huishoudens met een laag inkomen die in de problemen komen door de hoge prijzen.
Deze route verlaagt de prijs op de grote borden langs de snelweg niet, maar biedt wel gerichte compensatie waar de nood het hoogst is. Het grote nadeel van deze route is de tijd. Een dergelijk fonds is waarschijnlijk pas aan het einde van het jaar volledig operationeel.
De harde kosten van niets doen
Terwijl de politiek debatteert, stemt de consument met de wielen. Automobilisten in de grensstreek rijden inmiddels massaal naar België of Duitsland om veel goedkoper te tanken. Bij deze ritten blijft het vrijwel nooit alleen bij brandstof. De kofferbak wordt direct volgeladen met goedkopere dagelijkse boodschappen, drank en tabak.
Hierdoor loopt de Nederlandse staat niet alleen de btw over de benzine mis, maar vloeien er wekelijks ook miljoenen euro's aan consumptieve bestedingen direct over de grens. Voor het kabinet is langer afwachten dus niet gratis, het passieve beleid kost de schatkist via het grensverkeer ook handenvol geld.