Achtergrond

Duitse minister waarschuwt voor naderend brandstoftekort: dit is de status van de Nederlandse oliereserves

Duitsland bereidt zich voor op fysieke brandstoftekorten door de oorlog in Iran. Terwijl de paniek bij onze oosterburen toeneemt, rijst de vraag hoe veilig de strategische olievoorraden in Nederland eigenlijk zijn.

Jesper Penninga
Duitsland
Onrust Midden-Oosten
Duitse minister waarschuwt voor naderend brandstoftekort: dit is de status van de Nederlandse oliereserves

De oorlog van de Verenigde Staten en Israël tegen Iran zet de internationale energiemarkt op scherp. Waar we de gevolgen in Nederland momenteel uitsluitend voelen via de torenhoge prijzen aan de pomp, luidt de Duitse overheid inmiddels de noodklok over de fysieke aanvoer.

De Duitse minister van Economische Zaken, Katherina Reiche, waarschuwde tijdens een energieconferentie in de Verenigde Staten dat de levering van benzine en diesel al eind april of in mei in gevaar kan komen.

Deze naderende schaarste kan de kwetsbare Duitse economie de komende twee jaar zo'n 40 miljard euro gaan kosten. Maar betekent een lege pomp in Duitsland automatisch dat wij in Nederland ook zonder brandstof komen te zitten?

De wettelijke buffer van 90 dagen

In Nederland is de kans op een daadwerkelijk fysiek tekort aan de pomp aanzienlijk kleiner dan de Duitse overheid momenteel schetst voor haar eigen land. Dit heeft alles te maken met het Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten, beter bekend als COVA. Deze onafhankelijke stichting is door de Nederlandse overheid wettelijk verplicht om een gigantische strategische reserve aan te leggen en te onderhouden.

Volgens internationale afspraken met de Europese Unie en het Internationaal Energie Agentschap moet Nederland altijd een voorraad ruwe olie en brandstof achter de hand houden die gelijkstaat aan 90 dagen van onze netto import.

Dit betekent in de praktijk dat we, zelfs als de grens volledig dichtgaat en de import stopt, onze vitale processen en het reguliere verkeer nog drie volle maanden draaiende kunnen houden.

Fysieke opslag binnen de eigen grenzen

Een groot deel van deze reserves bestaat niet slechts uit papieren contracten, maar uit fysieke brandstof. COVA slaat enorme hoeveelheden gebruiksklare benzine en diesel op in grote, beveiligde opslagtanks verspreid over Nederland.

Hoewel een deel van de ruwe olie om kostenredenen ligt opgeslagen in ondergrondse zoutmijnen in Noord-Duitsland, bevindt het direct bruikbare product voor de consument zich binnen onze eigen landsgrenzen.

Mocht de crisis in het Midden-Oosten daadwerkelijk leiden tot een stop in de olietoevoer, dan treedt direct het Landelijk Crisisplan Olie in werking. De minister kan op dat moment besluiten om deze opgeslagen miljoenen liters gecontroleerd vrij te geven aan de nationale markt. Hierdoor worden de gaten in de aanvoer direct gedicht, waardoor de pompen in Nederland gewoon brandstof kunnen blijven leveren.

Geen lege pompen, wel torenhoge prijzen

Hoewel de Nederlandse infrastructuur via COVA extreem goed is voorbereid op een logistieke nachtmerrie, biedt de strategische voorraad geen enkele bescherming tegen de financiële pijn.

Olie is en blijft een product dat wordt verhandeld op de wereldmarkt. Als Duitsland en andere grote economieën kampen met ernstige tekorten en de vraag het aanbod ruimschoots overstijgt, zal de prijs per liter in Nederland ongekend hard meestijgen.

Daarnaast raakt de economische schade van 40 miljard euro in Duitsland ons land indirect, aangezien het onze grootste handelspartner is. De Nederlandse automobilist hoeft in mei dus niet te vrezen voor een droogstaande pomp of een rantsoen, maar een bezoek aan het tankstation zal wel zwaarder op de portemonnee drukken dan ooit tevoren.