De Europese autosector staat onder ongekende hoogspanning. Terwijl de politiek in Brussel krampachtig vasthoudt aan keiharde doelen voor de verkoop van elektrische voertuigen weigert de consument in hetzelfde tempo mee te bewegen.
Ola Källenius de hoogste baas van Mercedes Benz waarschuwt voor een catastrofale inschattingsfout. De verplichte en overhaaste transitie dreigt de Europese automerken miljarden aan boetes te kosten. Dit gigantische kapitaal verdwijnt rechtstreeks uit de innovatiebudgetten wat de deur wagenwijd openzet voor een absolute overheersing door Chinese fabrikanten.
De onhaalbare Europese rekensom
Vanaf tweeduizend vijfendertig eist de Europese Unie een drastische verlaging van de uitstoot. Om dit uiteindelijke doel te halen moeten merken op dit moment al een onrealistisch hoog percentage elektrische auto's verkopen.
De realiteit in de showrooms is echter compleet anders. Consumenten hikken aan tegen de hoge aanschafprijzen en de gebrekkige laadinfrastructuur in grote delen van het continent.
Källenius stelt messcherp dat een markt simpelweg niet gedwongen kan worden om sneller te transformeren dan de klant wil. Westerse autofabrikanten worden nu genadeloos afgerekend op een politieke wensdroom in plaats van op de keiharde marktrealiteit.
Miljardenboetes als rem op innovatie
De strafmaatregelen voor het niet halen van deze verkoopdoelen zijn gigantisch. Europese autofabrikanten kijken aan tegen cumulatieve boetes die in de miljarden euro's kunnen lopen. Volgens de topman van Mercedes Benz is dit een ronduit destructief beleid.
Het kapitaal dat merken noodgedwongen moeten reserveren voor deze sancties kan niet meer worden geïnvesteerd in de ontwikkeling van nieuwe en betere technologieën zoals efficiëntere batterijen. In plaats van de transitie te versnellen trekt Europa op deze manier de financiële stekker uit de eigen onderzoeksafdelingen en vertraagt het de daadwerkelijke innovatiekracht.
Vrij spel voor de Chinese concurrentie
Het meest pijnlijke gevolg van deze rigide regelgeving is de verschuiving van de mondiale machtsverhoudingen. Terwijl Europese merken hun winstmarges zien verdampen door naderende boetes en verplichte kortingen op elektrische modellen staan Chinese fabrikanten klaar om de markt meedogenloos over te nemen.
Zij hebben geen last van een historisch aanbod aan brandstofauto's dat duur moet worden afgebouwd en profiteren enorm van de verzwakte concurrentiepositie van de westerse merken. Källenius pleit daarom dringend voor flexibiliteit en realisme vanuit Brussel om te voorkomen dat de Europese autosector zichzelf volledig buitenspel zet.