Brancheorganisatie BOVAG en De Telegraaf trokken recentelijk fel van leer tegen de aanschafbelasting (BPM). Het systeem is door de toename van emissieloze auto's niet alleen steeds minder rendabel, het blijkt ook zeer fraudegevoelig. Volgens eerdere schattingen van de Amsterdamse recherche loopt de staatskas dagelijks een miljoen euro mis door gesjoemel met importauto's.
De methode is overzichtelijk: importeurs laten taxateurs fictieve of overdreven schades op papier zetten, waardoor het te betalen BPM-bedrag keldert. De Belastingdienst en de rechtspraak raken inmiddels overbelast door alle bezwaarprocedures; volgens de BOVAG gaat bijna 45 procent van de nieuwe belastingzaken bij de rechtbank over de BPM. BOVAG-directeur Peter Niesink is er duidelijk over: de belasting is in deze vorm onhoudbaar.
Probleem breidt zich uit naar de motorbranche
Dit probleem beperkt zich echter niet tot auto's. Vakblad Motor.nl publiceerde onlangs een uitgebreid verhaal waaruit blijkt dat de fraude in de motorbranche naar verhouding mogelijk nog groter is.
Tom Crooijmans, voorzitter van de sectie Motoren binnen RAI Vereniging, waarschuwt voor de massale import van jonge, dure motoren (zoals de Ducati Panigale of BMW M 1000 RR). 'Landelijk gezien ligt de aandacht vooral op auto’s, maar binnen de motorbranche speelt dit probleem misschien nog sterker,' aldus Crooijmans. Alleen al bij het merk BMW zou het de afgelopen jaren gaan om meer dan een miljoen euro aan ontdoken BPM.
'Kinderlijk eenvoudig'
Inmiddels wordt die waarschuwing landelijk breed uitgemeten via de NOS. Tegenover de omroep noemt Crooijmans de BPM-fraude 'kinderlijk eenvoudig'.
De kwetsbaarheid zit hem in het importproces. Bij auto's voert de RDW nog weleens een fysieke steekproef uit, maar de import van een motor uit een EU-land met een Europese typegoedkeuring is in feite een papieren exercitie. De RDW controleert enkel de identiteit van het voertuig. Crooijmans tegen Motor.nl: 'Je kunt zelf aangeven wat de waardevermindering is en als je daarna binnen zes dagen niets hoort, dan is het rond en krijg je een kenteken.'
Fraudeurs gebruiken rapporten met onrealistische schades en manipuleren data. Soms worden er zelfs met AI gegenereerde foto's van wrakken ingezet om schade te 'bewijzen'. Op beurzen worden jonge motoren aangeboden voor prijzen die tot 3.000 euro onder de reële marktwaarde liggen. Om controles te bemoeilijken, worden framenummers in de showroom soms preventief afgeplakt.
De consument betaalt de rekening
Voor de particulier lijkt een dergelijke importmotor aantrekkelijk. Volgens de RAI scheelt het al snel 500 tot 800 euro (en bij exclusieve modellen nog veel meer) op de aanschafprijs. De verrassing volgt echter zodra de eigenaar de motor een paar jaar later wil inruilen bij een officiële dealer.
Zodra de dealer het RDW-rapport opvraagt en ziet dat de motor destijds is geïmporteerd met een extreem lage BPM vanwege een kras of deuk die de eigenaar nooit heeft gezien, ontstaat er een probleem. De motor staat op papier te boek als een 'schademotor'. Erkende dealers weigeren de inruil, waardoor de waarde keldert en de initiële 'winst' van de koper volledig verdampt. De RAI roept consumenten via de NOS dan ook op om uiterst scherp te zijn op de papieren bij het kopen van een importmotor, hoe aantrekkelijk de prijs ook lijkt.