Algemeen

De Amerikaanse droom: hoe de Boeing 2707 de Concorde had moeten verslaan

In de jaren zestig werkten Europa en de Sovjet-Unie aan supersonische passagiersvliegtuigen. De Verenigde Staten konden niet achterblijven en kwamen met de Boeing 2707: groter, sneller en geavanceerder dan de Concorde. Hoewel er 1 miljard dollar in de ontwikkeling werd gepompt en grote luchtvaartmaatschappijen in de rij stonden, zou het toestel nooit vliegen.

Nick ter Arkel
De Amerikaanse droom: hoe de Boeing 2707 de Concorde had moeten verslaan

Nadat de plannen voor de Europese Concorde en de Sovjet-gebouwde Tupolev Tu-144 concreet werden, lanceerde de Amerikaanse overheid onder president Kennedy een eigen supersonisch programma (SST). Zoals de Franse krant La Dépêche onlangs in een uitgebreide terugblik beschreef, won vliegtuigbouwer Boeing eind 1966 de aanbesteding voor dit gigantische project.

Een antwoord op Mach 2,7

De specificaties waren indrukwekkend. Waar de Concorde zo'n 100 passagiers vervoerde op Mach 2, beloofde de Boeing 2707 (vernoemd naar zijn snelheid) plaats voor ruim 250 passagiers met een kruissnelheid van Mach 2,7 (circa 2.900 km/u).

Met een typerende, kantelbare neus voor beter zicht tijdens het stijgen en landen leek het ontwerp een schot in de roos. De Amerikaanse luchtvaartautoriteit (FAA) voorzag een markt voor 500 toestellen. Al snel plaatsten 26 luchtvaartmaatschappijen, waaronder KLM, Delta en Alitalia, gezamenlijk 122 bestellingen.

Loodzware techniek

Luchtvaartplatform Air Data News analyseert hoe de ingenieurs in Seattle al snel tegen de grenzen van de natuurkunde aanliepen. Het oorspronkelijke ontwerp leunde op zogeheten swing-wings (verstelbare vleugels), vergelijkbaar met de latere B-1 Lancer bommenwerper. Dit bood aerodynamische voordelen, maar het benodigde titanium scharnierblok woog maar liefst 2.100 kilo.

Dit maakte het vliegtuig veel te zwaar, wat de actieradius flink beperkte. In 1968 zag Boeing zich genoodzaakt dit complexe mechanisme te schrappen en over te stappen op een conventionele deltavleugel. De geplande capaciteit kromp hierdoor naar 234 passagiers.

De supersonische knal als struikelblok

Naast de technische uitdagingen en stijgende kosten, speelde de publieke opinie steeds meer op. Milieuactivisten uitten hun zorgen over de uitstoot in de stratosfeer, maar het grootste praktische probleem was de sonic boom (de supersonische knal).

Militaire testvluchten boven Oklahoma City in 1964 resulteerden in bijna 10.000 klachten en duizenden schadeclaims voor kapotte ruiten en gescheurd stucwerk. Het besef groeide dat supersonisch vliegen boven bewoond gebied onhaalbaar was.

 Model van de Boeing SST
Model van de Boeing SST

Annulering en de geboorte van de 747

In maart 1971 stopte de Amerikaanse Senaat de financiering, ondanks zware politieke lobby en zorgen over massale werkloosheid. Er was op dat moment al 1 miljard dollar aan belastinggeld in het project geïnvesteerd. De twee geplande prototypes zijn nooit afgebouwd.

Boeing moest ruim 60.000 medewerkers ontslaan, wat leidde tot een enorme leegloop in thuisbasis Seattle (wat het in 1967 opgerichte basketbalteam overigens wel de naam 'Seattle SuperSonics' opleverde). Ironisch genoeg werd de vrijgekomen denkkracht bij Boeing verplaatst naar een ander project: de subsonische, maar uiterst succesvolle Boeing 747.

Tegenwoordig werken partijen als NASA (met het X-59 testtoestel) en start-up Boom (met de 80-zits Overture voor 2029) opnieuw aan supersonische passagiersvluchten, in de hoop de obstakels van de Boeing 2707 nu wel te overwinnen.

Nubifer / Wikimedia Commons (CC BY-SA 3.0), Bachcell / Wikimedia Commons (CC BY-SA 4.0)