De internationale oliemarkt reageert sterk op de oorlog tussen de VS/Israël en Iran. Doordat de aanvoer via de Straat van Hormuz (goed voor 20 procent van het wereldwijde olietransport) zwaar wordt belemmerd, is de prijs voor een vat Brent-olie in maart met 59 procent gestegen naar 115,66 dollar. Het is de scherpste maandelijkse stijging in de geschiedenis, meldt persbureau Reuters. De reacties van overheden op deze stijging lopen echter sterk uiteen.
Australië verlaagt de accijns met 26,3 cent
In Australië grijpt de overheid direct in om de automobilist en transportsector te ontlasten. De Australische premier Anthony Albanese kondigde aan de brandstofaccijns voor drie maanden te halveren, wat de prijs aan de pomp met 26,3 Australische cent per liter verlaagt. Ook de zware wegenbelasting voor vrachtvervoer wordt tijdelijk geschrapt.
De maatregelen volgen nadat de gemiddelde dieselprijs daar vorige week de grens van 3 Australische dollar (ongeveer 1,80 euro) passeerde. Deze ingreep kost de overheid zo'n 2,55 miljard Australische dollar (ongeveer 1,5 miljard euro). Omdat de strategische brandstofreserves van het land relatief laag zijn (ongeveer dertig dagen voor diesel en negenendertig voor benzine), staat de overheid via een exportfonds tevens garant voor de inkoop van extra brandstof op de dure spotmarkt.
Nederland wacht af
In Nederland betalen automobilisten door de hoge accijnzen en btw al de hoogste brandstofprijzen van Europa. Hoewel partijen als GroenLinks-PvdA inmiddels pleiten voor een maximumprijs voor benzine, neemt het kabinet onder leiding van premier Rob Jetten de tijd om na te denken over maatregelen. Vooralsnog is er alleen een noodpakket voor de laagste inkomens aangekondigd.
In een opiniërend commentaar in het Dagblad van het Noorden (DVHN) noemt journalist Hilbrand Polman deze afwachtende houding juist verstandig. Volgens het dagblad is de nuchtere economische werkelijkheid dat de hoge prijzen simpelweg nodig zijn om de vraag af te remmen. Een accijnsverlaging van een dubbeltje kost de staatskas direct een miljard euro. Bovendien stelt DVHN dat een dergelijke verlaging ook degenen bevoordeelt die "puur uit statusoverwegingen een veel te grote en zware auto hebben."
'Crisis mag best wat pijn doen'
DVHN erkent dat de hoge prijzen een probleem vormen voor bijvoorbeeld een installateur die naar klanten moet, of een oudere dorpsbewoner die naar het ziekenhuis reist ("stap maar op de fiets kun je niet zeggen"). Toch stelt de krant dat we versneld minder afhankelijk moeten worden van fossiele energie.
Omdat eerdere energiecrises vaak eindigden in een terugkeer naar het oude gedrag, is een mentaliteitsverandering nodig. "Daarom mag de huidige crisis best wat pijn doen, zodat het tot iedereen doordringt dat die transitie gewoon noodzakelijk is", concludeert Polman. De enige groep die volgens de krant momenteel lachend achter het stuur zit, is de EV-rijder. Waar bestuurders van een elektrische auto begin dit jaar nog kampten met een verhoogde wegenbelasting en onverkoopbare ex-lease Tesla's, zijn zij met de huidige brandstofprijzen ineens spekkoper.