Nieuws

Tweede Kamer eist aanpassing van onwerkbare pseudo-eindheffing voor brandstofauto's

De invoering van de pseudo-eindheffing voor zakelijke brandstofauto's stuit op grote praktische bezwaren, maar er is verandering op komst. Na een brandbrief van twintig werkgeversorganisaties, waaronder BOVAG, heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen om de ongewenste effecten aan te pakken. Een meerderheid verzoekt het kabinet nu om de regels simpeler en werkbaarder te maken.

Nick ter Arkel
BOVAG
Elektrische auto's
Tweede Kamer eist aanpassing van onwerkbare pseudo-eindheffing voor brandstofauto's

De 'pseudo-eindheffing' is een maatregel die vanaf 1 januari 2027 moet ingaan. Het doel is om werkgevers te stimuleren uitsluitend elektrische personenauto's in te zetten. Stelt een werkgever toch een niet-emissieloze auto (zoals een benzine- of dieselauto) ter beschikking die ook privé gereden mag worden, dan volgt een heffing. Deze bedraagt 12 procent van de catalogusprijs per jaar en wordt per maand (1 procent) berekend.

Hoge kosten bij een tijdelijke leenauto

In de huidige wettekst geldt deze regel echter óók voor tijdelijk vervangend vervoer. Brengt een werknemer zijn vaste auto van de zaak naar de garage voor onderhoud of schadeherstel, en krijgt hij als leenauto een benzineauto mee? Dan moet de werkgever direct de pseudo-eindheffing voor een héle maand afdragen.

Bij een leenauto met een gemiddelde cataloguswaarde van 50.000 euro komt dat neer op 500 euro. Valt die leenperiode toevallig over een maandgrens (bijvoorbeeld van 31 maart op 1 april), dan ben je de heffing voor twee maanden verschuldigd: 1.000 euro. En dat voor een auto die mogelijk slechts 24 uur is gebruikt.

Volgens de berekening van de werkgeversorganisaties leidt dit tot een potentiële kostenpost voor het Nederlandse bedrijfsleven van 1 miljard euro per jaar. Schadeherstellers en verhuurbedrijven geven aan dat ze niet in staat zijn hun leenvloot direct volledig te elektrificeren. Dit komt door lopende contracten met een vaste looptijd en de aanhoudende netcongestie, waardoor extra laadpalen in veel provincies simpelweg niet aangesloten kunnen worden.

Problemen voor rijscholen en autodealers

De wettekst raakt ook andere sectoren hard. Zo vallen lesauto's onder de heffing, omdat leerlingen voor een regulier rijbewijs in een handgeschakelde (brandstof)auto moeten leren rijden. Omdat instructeurs de lesauto na werkdag vaak mee naar huis nemen, wordt dit zonder ingewikkelde rittenadministratie als privégebruik aangemerkt. Een eerdere toezegging om lesauto's uit te zonderen, werd op het laatste moment geschrapt.

Ook autodealers worden geraakt. Importeurs eisen dat dealers brandstofmodellen als demonstratieauto hebben staan. Om deze efficiënt in te zetten, worden ze tevens gebruikt als auto voor het eigen personeel. Door de pseudo-eindheffing wordt deze werkwijze fiscaal zwaar belast.

Motie aangenomen: kabinet moet met oplossingen komen

De brandbrief heeft effect gesorteerd. Op dinsdag 31 maart stemde de Tweede Kamer met een ruime meerderheid voor een motie van het CDA en de VVD. Deze partijen verzoeken het kabinet om oplossingsrichtingen uit te werken voor de problemen rondom vervangend vervoer, schadeherstelbedrijven en rijscholen. Het kabinet moet hier uiterlijk 1 juni over rapporteren.

BOVAG reageert positief op de brede steun en gaat op korte termijn met het ministerie van Financiën en de Belastingdienst in gesprek. De oproep van de branche is duidelijk: laat de pseudo-eindheffing alléén gelden voor de permanente auto van de zaak, en maak een uitzondering voor tijdelijk vervangend vervoer met een maximum van één maand.